Bacteriën

Een bacterie bestaat uit slechts één cel en het genetische materiaal van de cel is niet omgeven door een celkern membraan, iets dat we wel terug zien bij andere organismen. Het ontbreken van een celkern membraan is dan ook een van de redenen dat bacteriën zich snel kunnen vermenigvuldigen.bacterie

Een bacterie is opgebouwd uit:

aan de buitenkant de capsule of slijmlaag
tussen het celmembraan en de capsule in zit de celwand
het celmembraan omhult het cytoplasma
in het cytoplasma bevinden zich het chromosoom – de ribosomen – de plasmide – en de insluiting
aan het celmembraan zitten pili vast

Er zijn 4 verschillende soorten groepen te onderscheiden:

de staafvormige (A)

de bolvormige (B, C, D)

de spiraalvormige (E)

de kammavormige (F)

We onderscheiden:

kokken (bolvormige bacteriën), rond van vorm, al of niet losliggend (bv. Streptococcus, Sarcina)
streptokokken, liggen in ketens
stafylokokken, liggen in groepjes (druiventrosvorm)
bacillen (staafvormig), (bv. nitraatbacterie, pestbacterie)
vibrionen (kommabacillen), gebogen staafjes in de vorm van een deel van een spiraal (bv. Vibrio cholerae)
spirillen (spiraalbacteriën), spiraalvormige gewonden staafjes.
straalzwammen, (Actinomyceten), schimmelachtige vormen bestaande uit staafvormige onbeweeglijke cellen, meestal met straalvormige vertakkingen van zeer dunne lange draden

bacterie

 

 

Afb.: Bacterial morphology diagram” by Mariana Ruiz LadyofHats

 

 

 

 

 

 

 

 

Tussen de bacteriën zijn heterotrofe en autotrofe bacteriën te vinden:

Heterotrofe bacteriën moeten organische voedingsstoffen opnemen om te kunnen overleven. Binnen de groep heterotrofe bacteriën kan onderscheid gemaakt worden tussen parasieten en saprofyten. Als een heterotrofe bacterie zijn voedingsstoffen uit een levend wezen haalt en dit organisme er nadeel van heeft, noemt men de bacterie een pathogeen, ziekteverwekker of parasiet. Als de bacterie zijn voedsel uit dood materiaal haalt, wordt het een saprofyt genoemd (sapros = verrot). Deze bacteriën zijn de oorzaak van het rotten van voedsel.

Autotrofe bacteriën zijn zelf in staat om organische stoffen te produceren.
Ze zijn in te delen naar de energiebron:

Fotoautotrofe bacteriën halen door middel van fotosynthese hun energie uit zonlicht.
Cyanobacteriën (blauwalgen of blauwwieren) zijn in het bezit van kleurstof fycocyanine, waarmee zij door fotosynthese hun energie kunnen verkrijgen. Zij kunnen bestaan uit losse cellen of zijn verbonden tot draadvormige celgroepen (kolonies), waarin de afzonderlijke bacteriën door een schede worden samengehouden, bijvoorbeeld ijzerbacteriën.
Chemoautotrofe bacteriën halen hun energie uit bepaalde stoffen uit hun omgeving.

De celwand van bacteriën bestaat uit peptidoglycaan. Door middel van een Gram-kleuring kan zichtbaar worden gemaakt of deze laag dik of dun is. De celwand ligt naast het binnenin gelegen celmembraan.

Bacteriën met een dikke wand van peptidoglycaan. Dit zijn de Gram-positieve bacteriën. Gram-positieve bacteriën hebben meestal geen extra membraan aan de buitenkant van het omhulsel, maar een aantal soorten heeft wel een extra omhullend laagje. Mycobacteria zijn wel Gram-positief, maar hebben aan de buitenkant een hydrofoob wasachtig laagje
Bacteriën van het phylum Deinococcus-Thermus zijn Gram-positief, maar hebben wél een extra membraan aan de buitenkant
Bacteriën met een dunne wand van peptidoglycaan. Dit zijn de Gram-negatieve bacteriën, die gewoonlijk een extra membraan aan de buitenkant van het omhulsel hebben. Het buitenmembraan maakt deze bacteriën vaak ziekteverwekkend
Bacteriën zonder celwand. Er zijn bacteriën die van nature geen celwand bezitten, zoals de leden van de klasse Mollicutes, waartoe ook de Mycoplasma’s behoren. Dit zijn parasitair levende bacteriën die binnen in de cellen van hun gastheer leven. Daarnaast zijn er celwandloze bacteriën die zich ontwikkeld hebben uit bacteriën mét een celwand, onder invloed van antibiotica of een andere chemische stof. Deze worden L-vormen genoemd

Naar hun gevoeligheid voor zuurstofspanning worden bacteriën in vier groepen onderverdeeld:

aeroob kan gedijen onder aanwezigheid van zuurstof
facultatief anaeroob kan leven zowel mét als zonder zuurstof
micro-aerofiel hebben wel zuurstof nodig, maar wel in kleine hoeveelheden
anaeroob kunnen leven zonder zuurstof

Bacteriën planten zich voort door binaire deling. De bacterie deelt zich in twee cellen zodanig dat de celinhoud van elke nieuwe cel of dochtercel dezelfde is als de moedercel. Er zijn bacteriesoorten die zich onder gunstige omstandigheden elke 20 minuten kunnen delen.

Bacteriën zijn in de doorsnee goed te behandelen met antibiotica echter kan er in de loop der tijd ook een resistentie plaatsvinden. Resistentie tegen antibiotica betekent dat een bacterie bestand wordt tegen een bepaald antibioticum. Vele bacteriën van de betreffende populatie zullen sterven door het antibioticum, maar enkele overblijvende resistente bacteriën planten zich voort en zorgen voor de verspreiding van deze erfelijke eigenschap; na enige tijd zijn zo goed als alle bacteriën bestand tegen het antibioticum. Dit proces wordt Darwiniaanse selectie genoemd.

Deze resistentie werkt tegenover een bepaald antibioticum en eventueel chemisch eraan verwante antibiotica. Soms echter kan er meervoudige resistentie optreden, als de selectie met meerdere antibiotica gebeurd is. Bij bacteriën is het mogelijk dat de resistentiegenen op hetzelfde plasmide liggen, zodat selectie voor resistentie tegen een bepaald antibioticum ook betekent dat resistentie tegen andere antibiotica geselecteerd wordt.

 

Bronvermelding: Wikipedia