Bordetella Bronchiseptica

BORDETELLA BRONCHISEPTICA (gram-negatief – aerobe)

SymptomenBordetella Bronchiseptica

veel uitscheiding uit de neus, soms ook met bloed
menginfecties komen vaak voor, ontstoken ogen
bronchitis
tracheïtis (etterige ontsteking van de luchtpijp)
klaplong
pleuritis (ontsteking van het borstvlies met verlies van de longfunctie tot gevolg)
abortus bij drachtige zeugen

Lokalisatie

bovenste en onderste luchtwegen

Besmetting

zeer hoge besmettelijkheid via luchtdeeltjes (aerobe), via contact met besmette dieren, via likken van ogen

Diagnostiek

kweek

Behandeling

tetracyclines (doxycycline)
fluoroquinolonen (enrofloxacine)

Preventie

Vaccinatie Rhinnifa door deskundige dierenarts (jaarlijks herhalen)

 

Dit is de belangrijkste, en de meest agressieve ziekteverwekker bij de cavia. Het is een natuurlijke bewoner van de luchtwegen van verschillende dieren (b.v konijn), maar niet van de mens. Bordetella is ziekteverwekkend ook bij andere dieren, maar de cavia is er bijzonder gevoelig voor. Andere dieren (konijnen), die enkel subklinisch besmet zijn, dienen dus als een reservoir.
Het risico van overdracht van Bordetella is een van de redenen waarom men cavia’s en konijnen niet samen mag huisvesten (de andere reden is trauma door de trap van een konijn). De infectie wordt overgedragen via deeltjes in de lucht, of via directe contacten met besmette dieren. De besmettelijkheid is zeer hoog. De intredepoort zijn de bovenste luchtwegen. Alternatief kan de infectie doorgegeven worden via het likken van het oog (cavia’s likken elkaars ogen, en de oogvocht bevat vaak ziektekiemen).

Bordetella produceert toxines: dermonecrotische toxine (exotoxine) en daarnaast nog een lipopolysaccharide (LPS) -achtige substantie (endotoxine).
De toxines kunnen de benige structuren in de neus aantasten. De infectie veroorzaakt ernstige schade aan alle structuren in de nasofarynx (neusholte) (inclusief conchae). Er is veel uitscheiding uit de neus; soms is er bloed in de uitscheiding.

Menginfecties treden vaak op: door de aantasting van het slijmvlies in de neusholte kunnen overige bacteriële species sneller grijpen en meer schade aanrichten. Bordetella veroorzaakt ook purulente (etterige) tracheïtis en bronchitis. De bacterie kan de long zodanig aantasten dat er consolidatie van longweefsel, klaplong (pneumothorax) en/of pleuritis optreden.
Pleuritis is een ontsteking van het borstvlies (pleura); door pleuritis verkleven de structuren in de borstholte aan elkaar, met verlies van longfunctie tot gevolg.
Onbehandeld sterven de dieren binnen enkele dagen na aanvang van de symptomen. Bordetella veroorzaakt in de regel abortus of resorptie bij drachtige zeugen.

Bordetella is in principe gevoelig voor tetracyclines (doxycycline) en fluoroquinolonen (enrofloxacine), maar resistentie kan optreden. Behandeling met folaat metabolisme inhibitoren – trimethoprim-sulfonamiden (Bactrimel, Sulfatrim) is zelden effectief. De bacterie zet het organisme aan tot productie van veel etter, en etter interfereert met de werking van deze antibiotica.
Multipele drugresistentie bij Bordetella is een groot probleem: soms moet men antibiotica toedienen die niet geschikt zijn voor cavia’s (lincosamiden, macroliden) met een risico van dysbacteriose.
Bordetella dragerschap is moeilijk te elimineren; opflakkeringen worden vaak gezien bij dragers. Na een serieuze infectie kunnen de bovenste luchtwegen en de longfunctie niet volledig herstellen; dieren die de infectie overleven houden er chronische ademhalingsproblemen aan over.
Er bestaat een Bordetellabacterin (geïnactiveerd vaccin) voor varken en hond; vaccinatie van cavia’s kan worden overwogen om sterfte te beperken, vooral in risico fokkerijen.

 

Bronvermelding: Marumoto Veterinary