Escherichia coli

E. COLI ENTERITIS (Escherichia coli)

Escherichia coli is een relatief vaak voorkomende infectie van Gram-negatieve niet sporenvormende bacterie die zich in uitwerpsels van meeste dieren bevindt. E. coli is facultatief anaëroob: het kan zowel in zuurstofrijke als zuurstofarme omstandigheden groeien.

Oorzaak

verstoring van de darmfloraEscherichia Coli
besmetting door voer vervuild met dierenontlasting

Symptomen

uitputtende diarree; vaak is er bloed aanwezig (vooral bij infecties van caecum en dikke darm)
een zuur en “muffig” ruikende adem
veel speekselen en spiertrillingen (nierfalen)
onderkoeling en ernstige uitdroging
geen urineproductie
shocktoestand (dit wordt gekenmerkt door snel en oppervlakkig ademen, bleke huid, geen slikreflex, op de zij liggen)
kort voor de dood treedt er paralytische ileus op: de diarree stopt en de buik wordt slap

Lokalisatie

afhankelijk van de bacteriële variant, ter hoogte van de dunne darm, of (meestal) het caecum en de dikke darm

Besmetting

besmettelijkheid hangt af van de variant en kan soms zeer hoog zijn

Diagnose

isolatie van de bacterie uit de ontlasting is mogelijk. Eenduidige diagnose bij levende dieren is moeilijk omdat E. coli ook normaal in de darm kan voorkomen, en omdat er ook andere pathogenen aanwezig kunnen zijn

Behandeling

primair gericht op het omkeren van shock, negatieve energiebalans, acidose en uitdroging
daarnaast wordt er detoxificatie en agressieve antibiotica therapie toegepast.
doxycycline en enrofloxacine zijn effectief, hoewel resistentie kan optreden
trimethoprim/sulfamethoxazol of sulfadiazine (Sulfatrim of Bactrimel) hebben totaal geen effect op E. coli.
E. coli groeit niet in een zure omgeving, daarom is het gunstig om de zieke cavia te supplementeren met Lactobacillus spp. (probiotica), cranberrysap, en citroen- of melkzuur

 

Om de gastheer te infecteren, moeten de bacteriën zich hechten aan het darm-epitheel (dit gebeurt door de gespecialiseerde structuren op hun celwand – fimbriae). Deze hechting is niet altijd even efficiënt; dit verklaart waarom sommige dieren meer of minder gevoelig zijn voor E. coli infectie. De infectie kan het darm-epitheel aantasten; dit leidt tot bacteriële invasie in de bloedbaan (septicaemie) en in sommige gevallen tot darmperforatie. Enteritis is een van de mogelijke ziekten; E. coli kan ook verantwoordelijk zijn voor blaasontsteking, mastitis (tepelontsteking), pyometra of endometritis (baarmoederontsteking).
Ook vliegen kunnen E. coli verspreiden, omdat ze veel in contact komen met dierenontlasting. Risicogebieden zijn boerderijen en overige landbouwinstellingen. E. coli enteritis is een zoönose (besmettelijk voor de mens).

 

Bronvermelding: Marumoto Veterinary