Behandeling Obstipatie

BEHANDELING VAN OBSTIPATIE EN GASVORMING (KOLIEKEN)

Behandeling van verstopping en gaskolieken bevat veel gezamenlijke elementen; kleine verschillen worden verder uitgelegd in de tekst. Het stimuleren van de peristaltiek heeft in beide gevallen de hoogste prioriteit. Daarnaast gebruikt men middelen die het doorschuiven van de voedselbrij vergemakkelijken. Ondersteunende therapie en fysiotherapie zijn vaak zeer doeltreffend. Men moet er ook aan denken dat verstopping en gas secundair zijn aan andere problemen en klachten: pijn, stress, verkeerde voeding, kiesafwijkingen. Het succesvol behandelen van de onderliggende oorzaak is belangrijk voor de lange-termijn prognose.

Algemeen onderzoek
De eerste handeling is de palpatie van de buik. De aandachtspunten zijn: de vulling van de darmen, de spanning op de buikwand, de aanwezigheid van gas in de maag of blinde darm, en de aanwezigheid van harde obstakels. Het is belangrijk om de bron van de problemen zo nauwkeurig mogelijk te lokaliseren.

MEDICATIE

Prokinetica
In afwezigheid van (voelbare) obstakels worden er altijd prokinetica toegediend. Prokinetica zijn medicijnen die de darmbeweging stimuleren. Wij onderscheiden tussen voordarm en achterdarm stimulanten; deze hebben verschillende werkmechanismen. Prokinetica worden meestal per oraal gegeven. Echter, men moet zich realiseren dat deze middelen hoofdzakelijk in de dunne darm geabsorbeerd worden. Dit betekent dat ze niet werkzaam kunnen zijn bij ernstige verstoring van de maaglediging (atonie). Bij maagatonie is de orale route ineffectief; men moet of suppositoria (zetpillen) of injecties toedienen.

1. Voordarm stimulanten of antidopaminergica. Deze middelen antagoniseren de werking van dopamine, een neurotransmitter in het centrale zenuwstelsel (CZS). Een van de vele functies van dopamine is de signalering van schadelijke prikkels vanuit het maag-darmstelsel naar het CZS (nucleus tractus solitarii van nervus vagus). Darmstimulanten antagoniseren dopamine op receptor niveau, specifiek op D2-receptoren in de hersenstam.

De werking van deze farmaca is tweevoudig:
i) het opheffen van het misselijkheidgevoel (antiemeticum)
ii) het stimuleren van de gladde spieren van de maag en het duodenum (prokineticum)

De eerste eigenschap – de anti-braak eigenschap is heel belangrijk. Cavia’s kunnen weliswaar niet braken, maar ze kennen uiteraard de toestand van misselijk zijn – een onaangenaam gevoel dat ontstaat als schadelijke viscerale prikkels het CZS bereiken. Na het toedienen van antiemetica zal de cavia zich snel beter voelen. De prokinetische werking is het sterkst ten hoogte van de maag; dit zijn dus de eerste keuze medicijnen voor de behandeling van maagatonie en gas in de maag. Antidopaminerge middelen zijn aanbevolen bij middenoorontsteking (otitis media), omdat middenoorontsteking altijd misselijkheid veroorzaakt (vanwege evenwichtstoornissen). De medicijnen verhogen ook de melkproductie bij lacterende zeugen, maar worden zelden voor dit doeleind gebruikt.

De meest gebruikte middelen in deze groep zijn:
a) Domperidone (Motilium, of generiek – huismerk). De gebruikelijke toedieningsvorm is oraal: Motilium siroop met 1 mg/ml werkzame stof. De dosering is 1 ml siroop, of 1 mg domperidone per kg lichaamsgewicht. De behandeling mag iedere 2-3 uur herhaald worden, totdat de effecten optreden. Bij dieren met een sterk opgezette maag of dieren die moeilijk slikken is zetpil een veel betere optie.

b) Metoclopramide (Primperan, Primperid, Metocloral, of generiek – huismerk). De dosering is 0.5-1 mg per kg lichaamsgewicht; in kritische gevallen mag tot 2 mg verhoogd worden. Bij orale toediening geeft men 0.5-1 ml Metocloral of Primperan drank iedere 2-3 uur totdat de effecten optreden. De parenterale route (injectie) is veel effectiever en de effecten treden veel sneller op (soms na 15 minuten). Injectie is een betere keuze voor dieren die aan maagatonie lijden of moeilijk slikken en/of er slecht aan toe zijn.

Generieke domperidone of metoclopramide voor humaan gebruik zijn over the counter (zonder recept) verkrijgbaar in de apotheek. Men moet echter denken aan de juiste dosering/verdunning van het preparaat.

Antidopaminerge farmaca veroorzaken een depressie van het CZS, bij een hoge dosering worden de dieren suf. Metoclopramide gaat door de bloed-hersen barrière, en domperidone niet; metoclopramide geeft dus meer problemen dan domperidone. Antidopaminergica verlagen het hart-minuutvolume en de bloeddruk. Hartzwakte, aritmieën, trage hartslag (bradycardie) en ernstige onderkoeling zijn contraindicaties. Bij hart- en vaatziekten kan men deze middelen beter niet gebruiken tenzij absoluut noodzakelijk. Bij grote (palpeerbare) darmobstructies en bij het vermoeden van darmperforaties mag men helemaal geen prokinetica gebruiken.

2. Achterdarm stimulanten. Prokinetica uit deze groep zijn veelal agonisten van het serotonine receptor (parasympaticomimetica). Deze middelen imiteren de werking van het parasympatische zenuwstelsel zodat de peristaltiek toeneemt. Er bestaan ook farmaca die via een ander mechanisme op het locale zenuwstelsel inwerken. Achterdarm stimulanten worden bij voorkeur gebruikt bij blinde darm verstopping en gas in de blinde darm.

De belangrijkste middelen in deze groep zijn:
a) Cisapride (Cisaral) is een serotonine 5-HT4 receptor agonist (parasympaticomimeticum). De dosering is 0.25-0.5 mg per kg lichaamsgewicht, of 0.25-0.5 ml van het Cisaral drankje. De effecten kunnen al na 30 min optreden. Cisaral mag 3 keer per dag gegeven worden. Hoewel er gezegd wordt dat cisapride vooral op de achterdarm inwerkt, is het middel ook effectief bij maagatonie en gas in de maag. Cisapride werkt synergistisch met metoclopramide. De combinatie van deze twee middelen geeft vaak uitstekende resultaten bij hardnekkige verstopping of gas.

b) Bisacodyl (Dulcolax, generiek – huismerk) stimuleert het locale zenuwstelsel ter hoogte van de dikke darm. Bisacodyl is niet geregistreerd voor veterinair gebruik, maar het wordt off-label gebruikt bij dieren. De dosering is 0.5 mg per kg lichaamsgewicht, een keer per dag. Bisacodyl heeft echter veel nadelen: het verhoogt de secretie van water en NaCl in de darm, waardoor de darm nog meer opvult (ongunstig bij overspanning), het veroorzaakt heftige krampen, het werkt niet bij maagatonie (gas in de maag), en de werking is bij orale toediening veel te traag. Bij onvoldoende maaglediging kan bisacodyl gegeven worden als zetpil. Bisacodyl kan eventueel toegediend worden als er geen andere middelen beschikbaar zijn, of als de andere prokinetica gefaald hebben; wij vinden dit geen eerste keuze middel.

Parasympaticomimetica (cisapride) vertragen het hartritme. Cisapride mag nooit toegediend worden aan dieren met hartritmestoornissen of bradycardie, hartzwakte of shockverschijnselen. Geen prokinetica mag gegeven worden bij darmobstructies (voelbare obstakels) of als men een darmperforatie vermoedt.

3. Overige middelen.
a) Osmotische laxeermiddelen zijn water-oplosbare stoffen, die niet of nauwelijks opgenomen worden uit het maag-darmtraject. Ze trekken water naar de darm toe en maken de ontlasting zachter. Ze zijn hoofdzakelijk actief in de dikke darm. Bij maagatonie of gas in de maag is dergelijke behandeling volstrekt zinloos. Als de maag zich niet kan ledigen, worden de geneesmiddelen niet verder doorgeschoven naar de blinde en dikke darm. Middelen die actief zijn in de dikke darm kunnen dus nooit effectief zijn.

Wij adviseren voorzichtigheid met osmotische laxativa. Deze middelen verhogen de vullingsgraad van de darm. Dit is gunstig als de darmen leeg zijn, of bij uitdroging en bij (kleine en water-oplosbare) obstructies in de dikke darm, zoals fytobezoars. Echter, de gevallen van verstopping met lege darmen zijn relatief zeldzaam. Bovendien kunnen de osmotische middelen de verstoorde darmwerking niet verbeteren of herstellen. Bij cavia’s die aan gasvorming (tympanie) lijden werken osmotische middelen juist contraproductief: door de toename van darmvulling zal de druk op de darmwand nog meer stijgen. Daardoor zal peristaltiek verder verslechteren, met een volledige darmstilstand tot gevolg. De baten wegen niet op tegen de potentiële schade.

De belangrijkste middelen in deze groep zijn:
Laxatract. Een bekend voorbeeld (geregistreerd voor dieren) is Laxatract. De werkzame stof is lactulose, een synthetische suiker die uit fructose en galactose bestaat. Laxactract siroop kan eventueel gegeven worden aan 1 ml per kg lichaamsgewicht; dit komt overeen met ongeveer 200 mg lactulose. Wij twijfelen sterk aan de effectiviteit en veiligheid van dit middel. Lactulose wordt immers gefermenteerd door de darmflora van herbivoren (cavia’s en konijnen), waardoor extra gas in het caecum ontstaat. Lactulose kan zelfs de groei van schadelijke kiemen bevorderen.

Glycerine. Een osmotisch middel dat wel veilig gegeven kan worden is glycerine. De dosering is 0.5-1 ml, het kan na enkele uren herhaald worden. Glycerine werkt zgn. hyperosmotisch: het trekt veel water naar de darm toe. Glycerine wordt wel uit de darm opgenomen en omgezet in glucose in de lever. Het dient dus vooral als een snelle energiebron bij dieren met ernstige malabsorptie (bv aantasting van het maag-darm epitheel door bacteriële infectie) of met negatieve energiebalans (zwangerschapsvergiftiging); de laxerende werking van glycerine is minder van belang.

Kruiden. Planten met (osmotisch) laxerende werking zijn de enige veilige osmotische laxativa. Hun nadeel is de beperkte effectiviteit. Plantaardige supplementen kunnen een onderdeel van de ondersteunende therapie zijn. Het bekendste plantenmiddel is paardenbloem (Taraxacum officinale), bij voorkeur vers. De cavia dient het wel zelf op te eten; dwangvoeren bij verstopping en gas kan de toestand soms verslechteren. Gedroogde paardenbloemen of beter paardenbloemtinctuur kunnen ook gegeven worden. Tinctuur is geconcentreerd en weinig volumineus; het is dus ook geschikt bij darmoverlading en gas. Andere optie is foenegriek. Geplet lijnzaad wordt soms ook genoemd; wij raden dit echter af bij cavia’s. Lijnzaad bevat linamarine, een stof die in de darm ontbindt waardoor (zeer giftig) blauwzuur vrijkomt. Bovendien is lijnzaad veel te volumineus (risico maagoverlading) en cavia’s vinden het niet lekker.

b) Schuimbrekers (simeticon, dimeticon, merknamen: Aeropax, Infacol en andere).
Anti-schuim middelen (anti-surfactanten) worden gebruikt om schuim in de maag en darm te breken bij schuimtympanie. Schuimtympanie is beschreven in Gaskoliek. Bekende anti-schuim middelen zijn dimeticon en simeticon. Dimeticon is een siliconenolie, een organisch polymeer met silicium. Simeticon is een combinatie van dimeticon met een absorberende stof, silicagel (silicagel kan eventueel schadelijke stoffen uit de darm opnemen, maar is niet essentieel voor de werking van het middel). Dimeticon komt in verschillende dichtheden (viscositeiten) voor. Hoe groter de ketenlengte van het polymeer, hoe hoger de dichtheid en viscositeit. Meestal gebruikt men dimeticon met een lage tot gemiddelde viscositeit, bijvoorbeeld dimeticon 1000 (1000 centistokes). Het middel is hydrofoob (onoplosbaar in water) maar heeft een sterke affiniteit voor surfactanten – stoffen die de schuim stabiliseren. Als dimeticon de surfactanten bindt wordt de schuim gedestabiliseerd, of in andere woorden, de oppervlakte spanning van de vloeistof wordt hoger waardoor de kleine gasbellen in de schuim tot een grote bel fuseren. Een grote bel kan in sommige gevallen gemakkelijker uitgescheiden worden. Dimeticon is onschadelijk bij orale inname. Het wordt niet opgenomen uit de darm, en overdosering is onmogelijk. De minimum dosering is 30 mg dimeticon, het mag verhoogd en/of iedere uur herhaald worden. Toch is de toepasbaarheid van dimeticon beperkt. Het middel verbetert de peristaltiek niet; de toediening heeft geen zin als de darmbeweging te traag is. Bovendien zijn de gevallen van schuimtympanie zeldzaam en relatief ongevaarlijk. Anti-schuim middelen kunnen gegeven worden als ondersteunende therapie, maar bij voorkeur samen met prokinetica. Als u dimeticon of simeticon gebruikt, geef tegelijkertijd geen plantaardige of minerale olie en geen vethoudende voeders. Oliën en vetten binden het siliconenpolymeer, waardoor het middel zijn werking verliest. Gebruik dimeticon nooit bij dieren die slecht slikken. Verslikking met dimeticon kan dodelijk zijn, omdat het middel de longblaasjes doet collapsen.

c) Lubricanten. Olieachtige substanties werken als glijmiddelen en worden traditioneel gegeven bij verstopping. Glijmiddelen kunnen lichte obstipatie verhelpen. Ze zijn echter ineffectief bij ernstig verstoorde peristaltiek. U kunt ze gebruiken als steuntherapie samen met prokinetica. Het beste glijmiddel is minerale olie (paraffineolie). Het middel wordt helemaal niet opgenomen uit de darm, waardoor het effectiver is dan andere olieën. Bij gebrek aan paraffineolie kan gewone plantaardige olie gegeven worden (bv zonnebloemolie of sojaolie). Het nadeel van plantaardige olie is dat het de lediging van de maag vertraagt; paraffineolie heeft dit probleem niet. De dosering is 1-3 ml (paraffine)olie, het kan desnoods na enkele uren herhaald worden. Geef geen olie aan dieren die moeilijk slikken – verslikpneumonie t.g.v. olie in de luchtwegen is dodelijk.

d) Natuurlijke spasmolytica. Men kan beter geen farmaca met spasmolytische werking (Buscopan) gebruiken. Het gevolg is meestal onomkeerbare paralytische ileus en dood. Natuurlijke middelen met krampenstillende eigenschappen kunnen daarentegen wel veilig gegeven worden. De eerste keus is venkel en venkelbereidingen: venkeolie, venkelthee (babyproduct) of aftreksel van geplette venkelzaden. Andere kruiden met vergelijkbare werking zijn kamille (kamillethee) en pepermunt. Kruidenaftreksels kunnen ook gegeven worden voor de algemene rehydratatie (zie boven); de anti-koliek werking is een bijkomend voordeel.

e) Kaolin. Kaolin is een absorberende klei (aluminium silicaat). Het wordt soms aangeraden bij kolieken; de effectiviteit is echter zeer beperkt.

Ondersteunende therapie
Comfort en warmte spreken voor zichzelf. Vooral dieren met ernstige gasvorming zijn vaak onderkoeld. Warmte is nodig om de peristaltiek opnieuw op gang te krijgen. Leg de cavia comfortabel op een zachte achtergrond (handdoek) en voorzie het diertje van een warmtebron. Een elektrisch kussen (laagste stand) dat men onder de handdoek legt is de beste oplossing; bij gebrek daaraan is een met warm water gevulde fles ook voldoende. Eventueel kan een infrarood lamp (biggen, reptielen) gebruikt worden.

Milde oefening
De peristaltiek kan verbeteren als het dier rustig loopt. In milde gevallen van gasvorming, als de cavia nog vanzelf wil lopen, is het aan te raden om een rustige beweging af te dwingen. Echter, men mag het diertje niet opjagen.

Pijnstilling is onmisbaar
Helaas zijn de courante niet-steroïdale ontstekingsremmers (NSAID) weinig effectief tegen koliekpijn. Men kan eventueel meloxicam (Metacam) geven, maar het middel levert weinig verbetering op. Opioïde pijnstillers zijn uit den boze, omdat ze de peristaltiek remmen. Het enige relatief goed werkende middel tegen koliekpijn is flunixine meglumine (Finadyne), 2 mg/kg lg per dag. Finadyne wordt vaak gebruikt voor de behandeling van koliek bij het paard. Het middel mag niet gegeven worden bij slechte nierfunctie.

Rehydratatie
Uitdroging is de hoofdoorzaak van verstopping. Uidroging is ook een belangrijk gevolg van gasvorming in de blinde darm. Zonder vloeistoftherapie zal de toestand van het dier alleen nog verder verslechteren. Bij verstopping en gaskolieken hebben we meestal te maken met een hypertone uitdroging (er is voornamelijk waterverlies, en weinig zoutverlies). Voor de rehydratatie wordt er hoofdzakelijk zuiver water per os gebruikt: ongeveer 10 ml iedere 2-3 uur. Als de peristaltiek nog enigszins werkt kan men ook glucoseoplossing en/of orale rehydratatie formules geven. Als de cavia niet meer slikt, moet men fysiologische zoutoplossing subcutaan spuiten (schoftspieren, tot 20 ml afhankelijk van de toestand van het dier).

Waterbad massage
Buikmassage in combinatie met warm waterbad is een zeer simpele doch zeer doeltreffende techniek. Het levert vaak een spectaculaire verbetering op, vooral bij gasvorming en pijnlijke krampen. Zet de cavia in een ondiep (tot 1/2 lichaamshoogte) waterbad op lichaamstemperatuur (37-38 graden Celsius). Hef de voorhand een beetje op zodat de neus nooit onder water kan komen. Voeg eventueel enkele druppels ontspannende etherische olie aan het water toe (bv lavendelolie). Masseer het buikje voorzichtig van voor- naar achter, alternerend: eerst langs de linkerkant (maag), dan langs de rechterkant (blinde darm) en weer langs de maag. Hou dit enkele minuten vol, zorg dat het water niet afkoelt. Meestal zullen er snel gasbellen uit de anus verschijnen, het buikje zal ontspannen en soepel worden. De cavia wordt rustiger en gaat een beetje looskauwen. Soms hoort men zelfs borrelende buikgeluiden (borborygmi), wat op een herstellende peristaltiek wijst. De meeste cavia’s beginnen meteen te keutelen. Na de therapie moet de cavia warm gehouden worden. Wikkel het diertje in een handdoek en droog de vacht voorzichtig met een haardroger. De behandeling mag desnoods 3 keer per dag herhaald worden.

Klysma
Klysma kan in specifieke gevallen een enorme verlichting geven. De indicaties zijn: verstopping door uitdroging, en obstakels (bv uitgedroogde ontlasting) in de endeldarm. De obstakels kunnen gediagnosticeerd worden via palpatie of radiografie. Een dunne flexibele catheter (bv Tom Cat) wordt gebruikt; de catheter en de anus worden ingesmeerd met minerale olie of glycerine of een vaginale lubricant (humaan). Er bestaan verschillende spoelmiddelen: fysiologisch zout, fysiologisch zout met 50% glycerine, 1% natrium bicarbonaat, minerale olie en veel andere specifieke bereidingen. De vloeistof op lichaamstemperatuur wordt voorzichtig via de anus (cavia in dorsale ligging) aangebracht tot ongeveer 5-6 cm craniaal van de anus, dit komt overeen met de laatste bocht van colon descendens. Men spuit tot 10 ml vloeistof per keer, er mag absoluut geen kracht uitgeoefend worden. Bij een correct uitgevoerde ingreep is er geen risico van darmperforatie.

De belangrijkste beperking van klysma is dat het enkel bij endeldarmobstructie werkt. Men kan op geen enkele manier de andere delen van het spijsverteringsstelsel bereiken (dus, bij caecum atonie heeft het totaal geen zin). Klysma mag enkel uitgevoerd worden door een competente dierenarts, liefst na een uitgebreid onderzoek en het stellen van een correcte diagnose.

Voeding
Voeding bij verstopping en koliek is moeilijk vanwege het risico van maagoverlading. Idealiter moet u de zieke cavia zelf laten eten, als hij/zij nog wil. Probeer de eetlust te stimuleren met verse planten, geef veel groenvoer met laxerende werking (paardenbloem, sla). Een cavia die zelf eet zal geen problemen met maagoverlading krijgen.


Dwangvoeren is zeer problematisch. Op zich mag men niet dwangvoeren zolang de passage niet vrij is. Het overvoeren bij slecht werkende peristaltiek leidt tot maagatonie en in extreme gevallen tot maagtorsie en ruptuur


Verstopping zonder gas
Als de darm relatief leeg is, kan men kleine hoeveelheden dwangvoeder geven. Zorg dat de formules ruim voldoende water bevatten, voer nooit dikke geconcentreerde bereidingen. Bij vezelrijke formules moet de verdunning ten minste 1:4-5 zijn (1 deel droge stof op 4-5 delen water), zo niet zal de verstopping erger worden. Geef de cavia ook veel water, kruidenthee (zie boven) en eventueel ongezoet vruchtensap. Voer de cavia met een klein (1 ml) spuitje, geef niet meer dan 0.3-0.5 ml per spuitje en controleer of de cavia goed slikt en kauwt. Verslikking is een vaak voorkomende complicatie. Wees alert op de tekens van gasvorming.

Gasvorming
De algemene regel bij gas is nil per os (niets door de mond). Dit is moeilijk uitvoerbaar bij cavia’s, want de cavia heeft continu water en voedingsstoffen nodig (zonder voedingsstoffen is er gevaar van negatieve energiebalans). Wij geven dus peroraal vloeistoffen: water, glucoseoplossing of kruidenthee. Men mag in geen geval vast voedsel geven, totdat de buik ontspant en het gas verdwijnt.

Operatie
Koliekoperatie bij de cavia is erg moeilijk en de kans op succes is gering. Operatief ingrijpen heeft enkel zin als men het probleem goed kan diagnosticeren en lokaliseren, bv een darmobstructie, torsie of intussusceptie (invagineren en afsterven van het stukje darm). Indien mogelijk moet men onder plaatselijke verdoving werken (een dier met o.a. ademhalingsdepressie en acidose zal de algemene anaesthesie niet overleven). Dit is zeer moeilijk daar de ingreep ook de hoogste precisie vergt. Men moet ten alle koste voorkomen dat de infectieuze agentia (vooral de darmbacteriën) zich in de buikholte verspreiden. Iedere darmperforatie moet zeer nauwkeurig gedicht worden en het peritoneum moet overvloedig gespoeld worden met warme steriele zoutoplossing. Nalatigheid en/of slechte hygiëne leiden altijd tot peritonitis en dood binnen enkele uren. Meeste eerstelijns dierenartsen zijn niet in staat dergelijke gecompliceerde operaties uit te voeren. Bij matige vaardigheden loont het niet de moeite om de operatie te pogen; de overlevingskans van het dier is praktisch nul.

GEVAARLIJKE HANDELINGEN

Hoewel obstipatie en gaskoliek in vele gevallen succesvol behandeld kunnen worden, gaan er nog steeds relatief (te) veel dieren aan dood. De voornaamste oorzaken van dood door gasvorming zijn: het bagatelliseren van de eerste symptomen, “zelfdokteren” en geen professionele middelen gebruiken. Hoe langer de darmstilstand aanhoudt hoe meer complicaties er optreden (schade aan de darm, metabole acidose enz.), zodat de kans op herstel, zelfs met de inschakeling van de juiste middelen, veel kleiner wordt. Vele sterfgevallen kunnen vermeden worden als de eigenaar het probleem tijdig opspoort en vakkundig ingrijpt.

Maar er is nog een oorzaak van dood bij gasvorming, die niet onderschat mag worden: de fouten van de professionele hulpverleners. Er worden door onwetendheid nog steeds veel foute middelen gegeven en veel onverantwoorde ingrepen uitgevoerd.

Gevaarlijke medicaties
Spasmolytica zoals Buscopan kunnen tot volledige darmstilstand leiden. Overige middelen die men moet vermijden zijn: calcium en magnesium supplementen (zouten). Dieren met ileus worden soms verdacht van hypocalcaemie (calciumgebrek). De diagnose kan in sommige gevallen correct zijn, bv bij zeugen rond de bevalling: ileus is immers een van de typische symptomen van melkziekte of zwangerschapsvergiftiging. Echter, het overvloedig supplementeren met calcium is niet altijd aangewezen, want calcium kan obstipatie verergeren. Magnesium zouten (citraat) worden soms gegeven als osmotische laxeermiddelen. Ook dit is niet aan te raden bij cavia’s. Teveel aan magnesium veroorzaakt paralytische ileus.

Gevaarlijke ingrepen
De poging tot leegmaken van de darm is altijd zeer risicovol. Bijvoorbeeld, het gebruik van een oro-gastrische sonde is levensgevaarlijk bij cavia’s. De specifieke kenmerken van de anatomie van de farynx bemoeilijken het sonderen van de maag via de mond. Bij het aanbrengen van de tube wordt er altijd respiratoir collaps geconstateerd (acute ademnood, verlies van bewustzijn, cyanose). Bijkomend probleem is de schade aan de dunwandige slokdarm met alle gevolgen van dien (vagale indigestie, bloeding). Bij een verkeerd ingestoken sonde raakt de luchtpijp beschadigd. De evacuatie van de maaginhoud verloopt daarentegen zeer moeizaam en inefficiënt, zodat de therapeutische waarde van deze ingreep minimaal is.

De gevaarlijkste handeling is het leegmaken van de maag of het caecum via een percutane (door de huid en de buikwand) punctie. Met andere woorden: er wordt een naald in de buik van het dier gestoken (geen verdoving noch begeleiding) en als de maag of darm geraakt is, wordt er gas en/of vloeibare inhoud opgezogen.

Het is onduidelijk hoe deze uiterst dieronvriendelijke praktijk is ontstaan. Mogelijk is er een losse opmerking gepubliceerd in een veterinaire conferentiebijdrage met beperkte peer-reviewing; de auteur was waarschijnlijk niet bewust van de consequenties. Helaas hebben sommige dierenartsen deze gevaarlijke suggestie gevolgd. De ingreep lijkt simpel en aantrekkelijk, het gas kan op deze manier snel verwijderd worden en de cavia lijkt van zijn/haar problemen verlost te zijn. De gevolgen zijn echter desastreus. Het orgaan staat onder inwendige spanning; de punctie beschadigt de wand, maar stopt de gasvorming (uiteraard) niet. De maag- of darminhoud ontsnapt samen met gas in de buikholte en veroorzaakt massieve buikvliesontsteking (peritonitis). Bij schade aan het caecum verspreidt de bacteriële cocktail zich in de buikholte en veroorzaakt septische shock. Het dier raakt bewusteloos en sterft redelijk snel. Bij schade aan de maag wordt het buikvlies langzaam afgebroken door de (zure) spijsverteringssappen. Het dier blijft nog enkele uren bewust. Dit is mogelijk de pijnlijkste manier voor de cavia om te sterven; u zult de cavia volledig van de grond zien komen, opkrullen en krijsen van pijn. Het dier kan niet meer geholpen worden; dergelijk lijden dient zo snel mogelijk beëindigd te worden door euthanasie.

De punctie zelf heeft geen therapeutische waarde, in tegendeel: peritonitis legt de darmen meteen en onherroepelijk stil. Herstel is onmogelijk en de mortaliteit is 100%.


Percutane maag of darmpunctie levert enkel dierenleed, en verder niets op. Het is niet alleen dieronvriendelijk, maar ook therapeutisch contraproductief. Het dier overlijdt altijd. Punctie verstoort zelfs het post mortem onderzoek: het beeld van peritonitis is zo dominant dat de eventuele andere problemen gemaskeerd worden. Het vaststellen van de primaire ziekteoorzaak wordt dus onmogelijk


 

Bronvermelding Marumoto Veterinary