Spijsverteringsstelsel van de cavia

HET VERTERINGSSTELSEL VAN SNIJTAND TOT KEUTEL

In deze tekst gaan we in op het gebit en het maag-darmstelsel van de cavia. We bespreken de werking en gaan in op (veel) voorkomende problemen en de behandeling daarvan. Kortom: van het voedsel dat met de snijtanden wordt gepakt tot de keutel die even later weer wordt uitgepoept.

Het gebit
De tanden van een cavia hebben open wortels. Dit betekent dat de tanden gedurende het hele leven van de cavia doorgroeien. De cavia heeft vier snijtanden (twee boventanden en twee ondertanden). Daarnaast heeft de cavia in totaal 16 kiezen (vier stuks in elke hoek; boven en onder, links en rechts).
Cavia’s zijn herbivoren. Zij eten van nature veel grassen, bladeren, groenten, bloemen, en kruiden. Vooral het eten van grassen (en voor de gedomesticeerde cavia hooi) en het knagen aan hout, zorgt voor gebitsslijtage. Door het eten van grassen en hooi blijven de tanden op goede lengte. Wanneer een gedomesticeerde cavia onvoldoende toegang heeft tot hooi en knaaghout, zal onevenwichtige tandslijtage het gevolg zijn (de tanden worden te lang).

Wanneer de kiezen van een cavia niet goed slijten, dan kunnen er haken op de kiezen ontstaan. Deze haken kunnen zo groot worden dat ze over de tong heen groeien (brugvorming genoemd). De cavia kan hierdoor nog maar beperkt eten, enkel zachtvoer; hooi en ander voer dat vermalen moet worden lukt niet meer. Brugvorming kan het gevolg zijn van een slecht dieet, maar ook van andere problematiek. Ten eerste ten gevolg van kaakgewrichtsproblemen (links en rechts zijn niet gelijk qua vorm en lengte). Dit uit zich meestal in een asymmetrische brug. Ten tweede ten gevolg van een vitamine C tekort; door het vitamine C tekort ontstaan pijnlijke kaakgewrichten en kaakspier problemen. Omdat kauwen pijn doet, beweegt de cavia zijn kaak niet voldoende waardoor de kiezen niet meer voldoende slijten. Dit uit zich meestal in een symmetrische brug.

Naast kiesproblemen komen ook snijtandproblemen voor bij de cavia. Als de snijtanden niet goed op elkaar af kunnen slijten, kunnen de tanden te lang worden. Oorzaken hiervoor (naast een tekort aan knaagmogelijkheden) zijn vitamine C gebrek, kaakgewrichtsproblemen (dan zijn de snijtanden tevens scheef) en trauma (door een of andere klap zijn de tanden scheef komen te staan en slijten ze niet meer op elkaar af; ook kan een tand afbreken door trauma of het knagen aan tralies waardoor de overige tanden niet goed op elkaar afslijpen). Tot slot is er het sterke vermoeden dat vitamine D gebrek tot zwakke tanden (en osteoporose c.q. botontkalking) kan leiden; zwakke tanden gaan eerder scheef staan of breken af. Wanneer snijtanden slecht op elkaar afslijten vanwege een kaakgewrichtsprobleem, ziet men vaak ook slechte afslijting van de kiezen (haken, brugvorming).

Indien voedingsfouten de onderliggende oorzaak van gebitsproblemen zijn, dient het dieet aangepast te worden. Behandeling van gebitsproblemen richt zich daarnaast op het slijpen van de snijtanden en/of kiezen. Sommige dierenartsen knippen de snijtanden van een cavia wanneer deze te lang zijn, dit mag echter nooit gebeuren! Ten eerste is het knippen van de tanden pijnlijk. Ten tweede kunnen er scherpe randen aan de tanden overblijven die over de lip en tong kunnen schuren. Ten derde is er het risico op het splijten van de tanden, waardoor onder andere het gevaar op een abces dreigt en men bovendien het gebit nog meer verpest. De tanden van een cavia mogen dus nooit geknipt worden en moeten altijd geslepen worden. In uiterste gevallen moet een snijtand van een cavia getrokken worden; wanneer het behouden van de tand meer last veroorzaakt dan het verwijderen. Vaak is het een van de ondertanden die dan getrokken moet worden. Een van de twee tanden blijft behouden, zodat de cavia voedsel kan blijven pakken en de ene ondertand en twee boventanden op elkaar kunnen blijven afslijpen. Bij een dergelijke operatie moet men opletten dat de wortel van de tand niet breekt (anders groeit de tand weer aan en tevens geeft het extra risico op abcesvorming). Een dergelijke operatie dient uitgevoerd te worden door een zeer bekwame en in cavia’s gespecialiseerde arts.

Het trekken van kiezen is nog moeilijker dan het trekken van snijtanden bij een cavia. Een geheel vastzittende kies wordt dus eigenlijk nooit getrokken, alleen al loszittende kiezen mag men trekken. Soms is er bij loszittende kiezen ook sprake van een abces welke behandelt dient te worden. Wanneer een cavia een kies mist, zal de tegenoverliggende kies niet afslijten en doorgroeien. De cavia dient dan elke 4 – 6 weken een dierenarts te bezoeken om de kiezen bij de slijpen. Overigens mogen de kiezen van een cavia wel geknipt worden (kiezen zullen namelijk een stuk minder snel breken).
Na dergelijke ingrepen aan het gebit, heeft de cavia last van gevoeligheid of pijn. Pijnstilling is dus zeer gewenst na het slijpen van snijtanden en/of kiezen. Soms wilt het dier niet eten, in dat geval dient men dwangvoeding te geven (zie ook verderop in deze tekst bij obstipatie, gas en diarree) en de eetlust proberen op te wekken door favoriete groenten aan te bieden.

Het maag-darmstelsel
De maag van een cavia is éénholig; de cavia heeft geen blinde zak zoals paarden, ratten of varkens. De blinde zak is een deel van de maag zonder spijsverteringsklieren; in dit deel van de maag is de PH relatief hoog, het kan ziektekiemen bevatten. Omdat cavia’s geen blinde zak hebben, hebben ze niet zo gauw infecties in de maag.
De maagwand heeft een zwak ontwikkelde spierlaag. Dit heeft ten gevolg dat cavia’s niet kunnen overgeven. Al het voedsel dat een cavia tot zich neemt, moet het hele verteringsstelsel door. De overgang van de maag naar de darmen is breed en goed gespierd, obstructies in dit gedeelte van het verteringsstelsel komen dus weinig voor. Cavia’s eten de hele dag door kleine hoeveelheden. Het transport van voedsel door de maag gebeurt voornamelijk dankzij nieuwe voedselopname. Wanneer een cavia niet de hele dag door kleine beetjes kan eten (hooi is in dit kader het belangrijkst), kunnen diverse problemen ontstaan in het verteringsstelsel (daarover later meer). Doordat bij een cavia de in- en uitgang van de maag zich dicht bij elkaar bevinden, bestaat bij zeer vloeibaar voedsel het risico van een te snelle passage en bij zeer vast voedsel (veel brokken) het risico van opeenstapeling. Het gevolg van een te snelle passage is het risico dat slechte bacteriën niet worden gedood.

Na het passeren van de maag komt voedsel in de dunne darm (1,5 meter lang). Hier wordt het verwerkt onder invloed van onder andere gal en pancreassappen. Vervolgens komt de voedselbrij in de blinde darm terecht (caecum). In de blinde darm (15 cm lang) worden zachte keutels (‘caecotrophes’ genoemd) geproduceerd. Deze zachte keutels passeren de dikke darm onveranderd en worden vervolgens door de cavia direct opgegeten bij het passeren van de anus. Het is niet exact bekend waar de toegevoegde waarde van keutels in zit; wel is bekend dat het opeten van caecotrophes het verteringsstelsel ondersteunt. Waarschijnlijk is de toegevoegde waarde van deze zachte keutels meervoudig.

De keutels bevatten weinig vezels maar wel veel voedingsstoffen en vitamines. Zo wordt vermoed dat het eten van de keutels een deel van de eiwitbehoefte dekt. Daarnaast bevatten de keutels veel vitamine B en vitamine K. Tot slot werken de keutels als probiotica. Het is een bekend fenomeen dat cavia’s die last hebben van darmproblemen de caecotrophes van een huisgenoten eten.
Naast deze zachte keutels passeert ook overige voedselbrij de blinde darm, die vervolgens verder wordt verwerkt in de dikke darm (1 meter lang). De dikke darm van een cavia bevat geen overlangse spierbanden. Voortstuwing van de voedselbrij moet dus gebeuren door voedsel dat uit de blinde darm komt. Hierdoor zijn cavia’s zeer gevoelig voor obstipatie en gasvorming. Wanneer een cavia te weinig of geen voedsel tot zich neemt, zal de dikke darm verstopt raken. Hierdoor kan vervolgens het aanwezige gas de darmen niet verlaten en ontstaat een gaskoliek. Bij een goed dieet zijn obstipatie en gas secundaire problemen aan een andere onderliggende aandoening (de cavia eet niet goed wegens pijn door bijvoorbeeld een blaassteen, waardoor voedsel in het darmstelsel stil blijft liggen).
Tot slot passeren de keutels de endeldarm en anus. In de anus bevinden zich de inwendige en uitwendige sluitspier. Bij oude beren komt het regelmatig voor dat de uitwendige sluitspier verslapt is, waardoor feces achterblijven in de anaalzak.

Het dieet van de cavia bestaat uit vezelrijk licht verteerbaar plantaardig voedsel. Het natuurlijk dieet is suiker- (c.q. koolhydraat), eiwit- en vetarm. Cavia’s eten bijvoorbeeld geen noten en ze eten weinig tot geen fruit. Een gezonde darmflora is afhankelijk van een goed dieet. Wanneer het voedsel vanuit de maag in het darmstelsel terecht komt, wordt het middels hulp van (goede) bacteriën verwerkt. Bij een goed darmmilieu (gewaarborgd door een dieet dat voldoende ruwstof en cellulose bevat en suiker- en vetarm is) worden vezels als cellulose afgebroken, die zodoende geabsorbeerd kunnen worden en het lichaam voorzien van energie. Een dieet dat veel koolhydraten bevat zorgt voor een disbalans in de darmflora; goede bacteriën sterven af. Hierdoor krijgt de cavia niet alleen moeite met het verwerken van voedsel, ook ontstaat het risico op slechte bacteriegroei die diarree of ontstekingen ten gevolg kan hebben.

OORZAKEN EN BEHANDELING OBSTIPATIE EN GAS

Oorzaken obstipatie
Obstipatie of verstopping houdt in dat er onvoldoende darmpassage is. Obstipatie kan verschillende oorzaken hebben. De oorzaken zijn onder te verdelen in twee groepen: obstipatie door obstructie en obstipatie door een slechte werking van de peristaltiek (verminderde werking van de spieren in de darmen).

Obstipatie door obstructie kan ontstaan door:
1) uitdroging. Een cavia heeft per dag 10 – 40 ml water nodig per 100 gram lichaamsgewicht. Niet alle cavia’s drinken voldoende uit waterflesjes. Een volwassen cavia eet met gemak 200 gram of meer aan verse groenten per dag, hierdoor is men zeker van voldoende vochtinname. Indien een cavia te weinig water binnenkrijgt wordt er te veel water onttrokken in de darmen. De overgebleven darminhoud kan te hard worden en de darm blokkeren. Bij lichte uitdroging worden de keutels kleiner en droger. Indien niet wordt ingegrepen zal er ernstige verstopping optreden. Bij een zieke cavia kan uitdroging en daardoor verstopping op de loer liggen doordat het dier minder eet en drinkt. Obstipatie door obstructie kan ook ontstaan door

2) verkeerde voeding; voornamelijk een tekort aan plantaardige vezels.Vezels stimuleren de darmbeweging en houden de darmflora in balans. Zetmeel (wat relatief veel aanwezig is een hardvoer c.q. brokken) vertraagt de darmpassage en verzuurd de inhoud van de darm. Ook kan zetmeel geen vocht vasthouden (vezels kunnen dit wel), waardoor er veel vocht in de dikke darm onttrokken wordt. Een zetmeelrijk dieet leidt gauw tot obstipatie, zeker wanneer het dier ook te weinig water binnenkrijgt. Naast brokken, bevatten ook granen en brood veel zetmeel. Hooi en verse en gedroogde planten bevatten veel vezels. Een caviadieet hoort rijk te zijn aan vezels, arm aan zetmeel.

3) Een massa onverteerd materiaal (bezoar) kan de darm blokkeren en leiden tot obstipatie. Dergelijke massa’s kunnen ontstaan als het dieet veel ballaststoffen bevat, zoals slecht hooi. Bij een ziek dier dat weinig drinkt kan een dergelijke massa ook ontstaan uit onoplosbare vezels als cellulose, welke een gezond dier prima kan afbreken. Bij een ziek dier is de darmflora al gauw verstoord. Tot slot kan een dergelijke obstructie ontstaan door het eten van houtvezel, plastic of andere onverteerbare stoffen, of door een slecht dieet (zie 2).

4) Anale impactie (vooral bij oudere beren) wil soms tot verstopping leiden. Doordat de uitwendige anale sluitspier niet goed functioneert, hoopt de ontlasting op in de anale zak. Deze ontlasting kan hard worden en zo een obstructie vormen. Voornamelijk oudere niet gecastreerde en niet seksueel actieve beren hebben last van anale impactie. Gevolgen van anale impactie zijn obstipatie, gasvorming, verstoorde darmflora en diarree, vermagering, slechte vacht (door gebrek aan voeding). Bij anale impactie dient de anaalzak regelmatig te worden schoongemaakt om dergelijke klachten te voorkomen.

5) Leverfalen een oorzaak van obstipatie door obstructie. Door de verminderde afgifte van gal, lossen minder stoffen op in de darm. Hierdoor wordt er meer water aan de darm onttrokken, wat tot obstructies leidt.

Obstipatie door verminderde peristaltiek (obstipatie ontstaat doordat de voedselbrij niet door de darm geschoven wordt omdat de spieren in de darm zijn uitgevallen) kent meerdere oorzaken. We bespreken hier de meest voorkomende. Vaak ligt de oorzaak bij pijn, stress en dergelijke. In zogenoemde ‘vecht, vlucht’ situaties gaat er minder energie naar het verteringsstelsel. De meeste organismen, en zeker cavia’s, hebben baat bij een rustige, veilige, vertrouwde omgeving / situatie.

1) Fysisch lijden c.q. pijn lijdt tot verminderde darmwerking. Door de verminderde darmwerking krijgt het dier nog meer pijn. Ook mindert / stopt de cavia met eten vanwege het lijden. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel van meer en meer pijn, vermindering van peristaltiek en beperktere voedselinname. De oorspronkelijk pijn die leidt tot obstipatie hoeft geen pijn ten gevolg van een spijsverteringsprobleem te zijn, het kan ook pijn zijn ten gevolg van een blaassteen, abces, ontsteking (bijvoorbeeld middenoor- of blaas-), een operatie, enzovoorts.

2) Net als fysisch lijden kan psychisch lijden obstipatie ten gevolg hebben. Het gaat hier voornamelijk om stress en schrik.

3) Uithongering kan zowel obstipatie als diarree ten gevolg hebben, vaker is er sprake van obstipatie. Cavia’s moeten ten allen tijde voedsel tot zich kunnen nemen, voornamelijk hooi is in dit kader zeer belangrijk.

4) Dieren in ademnood kunnen in paniek raken en naar adam snakken. Hierdoor slikken ze grote hoeveelheden lucht in; ook neemt de peristaltiek af wegens de schrik. Hierdoor ontstaat gasophoping in de maag en obstipatie. Ademnood kan ontstaan bij verstoppingen of ontstekingen in de luchtwegen en verslikking, daarnaast kan hartfalen leiden tot ademnood.

5) Onderkoeling (door bijvoorbeeld shock, daling van de bloeddruk, nierfalen of ernstige diarree) leidt tot darmstilstand en obstipatie. Daarbij gaat de cavia snel en oppervlakkig ademen. Over het algemeen zijn dergelijk situaties terminaal. Dergelijke terminale toestanden kunnen trouwens ook obstipatie ten gevolg hebben door een verstoring van de balans van de in het bloed aanwezige stoffen (bijvoorbeeld de natrium/kalium huishouding).

Oorzaken gasvorming
Gas is altijd aanwezig in het verteringsstelsel van een cavia, het is een bijproduct van de spijsvertering. Wanneer er geen sprake is van verstopping kan het gas het verteringsstelsel normaal verlaten. Ophoping van gas is pathologisch. Vaak ontstaat de ophoping van gas door obstipatie in de dikke darm, het gas hoopt zich dan op in de blinde darm die daarvoor zit. Gas kan zich ook ophopen in de maag, doordat de cavia lucht inslikt (zoals ook bovenstaand besproken is). Een cavia slikt altijd een beetje lucht in, bij ademnood wordt er teveel lucht ingeslikt. Gasophoping door ademnood kan ook ontstaan doordat de peristaltiek van de darmen stil komt te liggen wegens paniek, wat obstipatie veroorzaakt waarna gas het verteringsstelsel niet kan verlaten. In de praktijk zien we vaak een combinatie van een gaskoliek en obstipatie. Wanneer een cavia de darmfunctie echter langzaam verliest, en steeds minder gaat eten en drinken, kan er ook sprake zijn van enkel obstipatie zonder gas (namelijk, wegens aantasting van de darmflora vindt er dan geen gasproductie meer plaats). Veelal zijn obstipatie en gasvorming secundaire aandoeningen (de onderliggende oorzaak is een andere aandoening of een slecht dieet), waarbij een gaskoliek meestal ontstaat ten gevolg van obstipatie.

De gasproductie in het darmstelsel wordt beïnvloed door voeding. Ook wat dit betreft is goede voeding belangrijk. Een cavia kan maar beperkt zetmeel, suikers en eiwitten verteren, het overige wordt in de dikke darm gefermenteerd (fermentatie is het omzetten van voeding met behulp van o.a. bacteriën). Bij fermentatie komt gas vrij. Bij een gebrek aan vezels wordt de darmpassage te traag en de darmflora verstoord. De combinatie van te trage darmpassage en het overschot aan suikers e.d. leidt tot gasvorming en obstipatie. Verse groenten zijn eigenlijk nooit schuldig aan gasvorming. Versvoer mag daarom ook nooit plotseling verwijderd worden uit het dieet, ook niet bij diarree (een slecht veelvoorkomend advies).

Zoals besproken komen obstipatie en gas veelal gezamenlijk voor. Door de opstapeling van gas in de maag en blinde darm wordt druk veroorzaakt op de wanden van de maag en darm en worden zenuwen geprikkeld. Hierdoor zal de spieractiviteit in het darmstelsel verhoogd worden, met als doel het uitscheiden van de obstructie en het overtollige gas. Dit leidt tot krampen bij de cavia. (Indien de darmwand overspannen en beschadigd wordt in dit proces, stoppen de kolieken/krampen en vermindert of stopt de spieractiviteit. In het allerergste geval kan darmperforatie optreden.) Bij het ontstaan van gas (c.q. bij fermentatie) ontstaan veel in water oplosbare stoffen. Doordat deze stoffen niet worden uitgescheiden (wegens de obstipatie), stapelen deze zich op in de darm en trekken ze vocht aan. Dit leidt tot uitdroging. Uitdroging wordt tevens veroorzaakt door anorexie (het niet meer willen eten, vaak wegens pijn). Extreme gevolgen zijn bloedvergiftiging en nierfalen.

Symptomen obstipatie en gas
Obstipatie is te herkennen aan het gedrag van de cavia en aan de ontlasting van de cavia. Een gezonde cavia produceert elke 2-4 uur nieuwe keutels die langwerpig, groot en niet te droog zijn. Bij acute obstipatie produceert de cavia geen keutels meer. Ook voelt de cavia zich zichtbaar slecht. Het dier heeft pijn, zit lusteloos en meestal met de achterhand omhoog, en stopt met eten. Al na enkele uren ontstaat er een levensbedreigende situatie. Indien de obstipatie meer geleidelijk optreedt, ziet men de keutels kleiner en droger worden. Ook is er vaak slijm aanwezig rondom de keutels (dit komt door irritatie van het slijmvlies in de dikke darm). Ook bij geleidelijke obstipatie voelt de cavia zich niet lekker, het dier kan tekenen van pijn vertonen bij het poepen en zal minder gaan eten. Zonder ingrijpen zal de situatie verslechteren. Deze symptomen, kenmerkend voor obstipatie, zijn ook van toepassing bij gasvorming.

Een gaskoliek is zeer pijnlijk. De cavia zal niet meer willen eten en ander gedrag vertonen, daarnaast blijven keutels weg. Meestal wordt het dier lusteloos. Bij ernstige gasvorming is er sprake van een harde opgezette en pijnlijke buik. De cavia wil dan niet meer bewegen en zit een in typische houding. De cavia voelt soms koud aan en kan uitgedroogd zijn. Naast deze symptomen kan men ook symptomen waarnemen van de onderliggende oorzaak c.q. de oorzaak die geleid heeft tot obstipatie en gasvorming. Bij een blaassteen of blaasontsteking kan dat bijvoorbeeld bloed in de urine zijn. Andere symptomen die op pijn duiden zijn: tandenknarsen, recht opstaande vacht, snel en oppervlakkig ademen en een versnelde hartslag. Bij ernstige gasvorming in de maag kan ademnood ontstaan, wat uiteindelijk tot shock kan leiden. Gas is te lokaliseren en diagnosticeren door palpatie (het voelen aan de buik) en licht te kloppen tegen de flanken. Een opgezette buik in combinatie met een holle klank bij het kloppen duiden op een gaskoliek. Een holle klank links net achter de ribben duid op gas in de maag (een beetje gas is normaal, een beetje holle klank is niet erg). Een holle klank rechts meer richting de achterhand duidt op gas in de blinde darm (altijd abnormaal). Ook via een röntgenfoto is gasvorming te diagnosticeren.

Behandeling obstipatie en gaskolieken
Behandeling van obstipatie en behandeling van een gaskoliek is grotendeels overeenkomstig. Het is belangrijk om te beseffen dat er aan obstipatie en gas een ander probleem voorafgaat, te denken aan bijvoorbeeld pijn door een aandoening, stress, verkeerde voeding, of gebitsproblemen. Naast het behandelen van obstipatie en gasvorming dient er ook diagnostiek en behandeling plaats te vinden ten opzichte van de onderliggende oorzaak.

Behandeling zal vaak ingezet worden op het stimuleren van de darmbeweging c.q. peristaltiek. Daartoe worden prokinetica ingezet; medicatie die de darmbeweging stimuleert. De meeste prokinetica worden oraal toegediend; behalve bij problemen met de maaglediging door obstructie in de maag, daarbij zij orale prokinetica ineffectief en moet men zetpillen of injecties toedienen (orale prokinetica worden namelijk geabsorbeerd in de darmen en zijn dus daar werkzaam). Er zijn twee groepen prokinetica te onderscheiden: voordarm stimulanten en achterdarm stimulanten. Voordarm stimulanten remmen de werking van dopamine (een stof die helpt bij de signalering van schadelijke prikkels in het verteringsstelsel). Door de remming van dopamine vermindert de misselijkheid van de cavia (een cavia kan dan wel niet overgeven, het dier kan wel misselijk zijn). Daarnaast behandelen voordarm stimulanten gaskolieken in de maag. Bekende middelen zijn domperidone en metoclopramide (Primperan, Metocloral). Dieren die er ernstig aan toe zijn en/of de maag niet kunnen ledigen, krijgen bij voorkeur een injectie Primperan. De effecten van behandeling treden sneller op bij injectie dan bij orale toediening, daarbij werkt metcoclopramide enkel per injectie bij het niet kunnen ledigen van de maag. Een bijwerking van deze anti-dopamine werkende middelen is dat de cavia zich er suf van zal voelen. De middelen verlagen de hartslag en bloeddruk. Bij hart- en vaatziekten mogen deze middelen alleen gebruikt worden indien noodzakelijk. Achterdarm stimulanten werken op serotonine receptoren. Serotonine stimuleert de peristaltiek; achterdam stimulanten imiteren serotonine. Achterdam stimulanten zijn het meest effectief bij obstipatie en gas in de blinde darm. Het bekendste middel is Cisaral. Hoewel het dus voornamelijk op de achterdam werkt, blijkt uit de praktijk dat het middel ook effectief is bij gas in de maag. Bij ernstige obstipatie en gas kan de combinatie van Cisaral en metoclopramide een uitkomst bieden. Cisaral vertraagt het hartritme en mag niet aan dieren gegeven worden met hartritmestoornissen, hartzwakte of shockverschijnselen. Geen enkele prokinetica mag toegediend worden als men een darmperforatie vermoedt.

Osmotische laxeermiddelen zijn enkel effectief wanneer de maag zich kan ledigen, immers werken deze laxeermiddelen in de darmen. Daarbij zijn deze middelen voornamelijk effectief in de dikke darm, niet in de blinde darm waar de verstopping zich meestal bevindt. Men kan de situatie soms verergeren door osmotische laxeermiddelen toe te dienen. Laxatract is een laxeermiddel dat relatief bekend is. De werkzame stof is lactulose (een suiker dat bestaat uit fructose en glucose). Lactulose wordt gefermenteerd in de darmen van knaagdieren, waardoor extra gas in de blinde darm ontstaat. Kruiden en planten met een laxerende werking zijn daarentegen wel altijd veilig. De effectiviteit is echter wat beperkter.

Schuimbrekers worden gebruikt om schuim in de maag en darm te breken, het kan ondersteund werken bij een gaskoliek. Een bekende schuimbreker is Infacol. Schuimbrekers zorgen ervoor dat de kleine gasbellen in schuim fuseren tot een grote bel. Soms kan een grote bel beter worden afgevoerd. Schuimbrekers verbeteren de peristaltiek niet, waardoor toediening geen zin heeft als de peristaltiek te traag is. Schuimbrekers kunnen wel toegediend worden als ondersteunende therapie naast prokinetica. Schuimbrekers en plantaardige oliën mogen niet tegelijkertijd toegediend worden, de schuimbreker verliest hierdoor zijn werking. Geef nooit een schuimbrekend middel aan een cavia die slecht slikt: verslikking kan dodelijk zijn doordat schuimbrekers de longblaasjes kapot maken.

Oliën kunnen effectief zijn bij lichte obstipatie, ze stimuleren de peristaltiek echter niet. Evenals schuimbrekers kunnen ze toegediend worden ter ondersteuning van prokinetica. Paraffineolie heeft de voorkeur, het vertraagd de lediging van de maag niet en wordt ook niet geabsorbeerd; plantaardige oliën doen dit wel. Bij gebrek aan enig middel in huis kan 1 – 3 ml plantaardige olie wel toegediend worden. Geef nooit olie aan dieren die slecht slikken, olie in de longen is dodelijk.

Operatie aan een gaskoliek is zeer gevaarlijk. Het is precisiewerk en er is een groot risico dat darmbacteriën zich verspreiden in de buikholte en leiden tot een infectie. Alleen in uiterste noodzaak en bij een zeer bekwame dierenarts gespecialiseerd in cavia’s heeft het dier overlevingskans bij een operatie.

Kruiden en planten die ondersteunend werken tegen obstipatie en gas zijn onder andere: paardenbloem, fenegriek, korenbloem, madelief, venkel, kamille en pepermunt.

Ondersteuning
Naast het behandelen van gasvorming en obstipatie, kan de cavia baat hebben bij ondersteunende therapie. Pijnstilling, ten eerste, is onmisbaar. Een gaskoliek is zeer pijnlijk. De bekende NSAID’s zoals Carprofen zijn weinig effectief tegen pijn ten gevolg van een gaskoliek. Ook Metacam is weinig effectief. Een relatief goed pijnstillend middel is Flunixine (zie ook behandeling van diarree).

Ten tweede is het van belang om de zieke cavia comfort en warmte te bieden. Cavia’s met ernstige gasvorming en obstipatie raken al gauw onderkoeld, daarbij ondersteunt warmte de peristaltiek. Een warmtebron als Snuggle Safe (in zachte stof, bijvoorbeeld gewikkeld in een handdoek) is veilig. Een infrarood lamp kan ook gebruikt worden als warmtebron.

Indien de cavia nog in staat is tot beweging, kan het die gestimuleerd worden om een beetje te lopen. Beweging stimuleert de peristaltiek. Geef het dier echter geen stress door het op te jagen, dit werkt enkel averechts.

Ten vierde kan men het dier een warm waterbad massage geven. Het geven van een buikmassage terwijl de cavia in een warm bad zit kan zeer effectief zijn. Zorg ervoor dat het water op lichaamstemperatuur is; niet te warm en niet te koud. Het bad moet ondiep zijn, de cavia mag niet onder water komen. Masseer dan de buik voorzichtig van voor naar achter, eerst langs de linkerkant (maag) dan langs de rechterkant (blinde darm), en herhaal dit. Let erop dat het water ondertussen niet afkoelt. Masseer voorzichtig en vooral niet te hard, let erop dat de cavia geen pijn ondervindt aan de massage. Een goede massage in combinatie met de warmte werkt juist ontspannend; ook zullen er dan gasbellen uit de anus verschijnen en/of ontlasting (kleine harde keutels omgeven met slijm). Borrelende buikgeluiden wijzen op herstellende peristaltiek. Zorg ervoor dat de cavia na het bad ook warm gehouden wordt; de vacht kan voorzichtig gedroogd worden met een föhn (niet op een hoge stand). De behandeling kan eventueel twee tot drie keer per dag gedaan worden.

Tot slot is het van belang dat het dier voldoende vocht binnenkrijgt. Houdt aan dat het dier elke 2-3 uur minstens 10 ml water binnen moet krijgen. Als de cavia niet meer wil slikken moet men subcutaan fysiologische zoutoplossing spuiten. Naast vocht is ook voeding van belang. Voeding kan echter problematisch zijn bij verstopping en gas. Indien men het dier overvoert komt er enkel meer spanning op de maag en darmen te staan. De eetlust van de cavia kan gestimuleerd worden met groenten en kruiden die favoriet zijn en/of die ondersteunend werken tegen gas en obstipatie(o.a. paardenbloem, foenegriek, korenbloem, madelief, venkel, kamille en pepermunt). Een cavia heeft continu voedingsstoffen nodig, indien het dier niet zelf wilt eten is dwangvoeding vereist (overvoer het dier echter niet). Let er bij het dwangvoeren op dat de cavia zich niet verslikt. Op de verpakking van de meeste dwangvoeren wordt gesuggereerd dat het poeder / de droge formule gemengd moet worden middels een 1 : 2 verhouding; 1 deel formule op 2 delen water. Het is echter beter om ten minste 1 : 3 aan te houden, tot zelfs 1 : 5 als de voeding veel vezels bevat (meer dan 40%). Als het dier moeite heeft om te slikken zal het makkelijker een dunne formule doorslikken dan een dikke formule. Daarnaast is het vochtgehalte bij een 1 : 2 verhouding veel lager dan in natuurlijk voedselbronnen van de cavia (planten; komkommer bevat bijvoorbeeld 99% water). De darmflora van de cavia wordt het best gestimuleerd door zoveel mogelijk natuurlijke voeding te imiteren. Let op dat men een cavia met veel gasvorming niet overvoert (zeker als het dier helemaal geen ontlasting heeft), andere bronnen van energie kunnen kruidenthee en een glucoseoplossing zijn.

Kort overzicht van bekende middelen bij/tegen obstipatie en gas

Medicatie
Cisaral (stimuleert achterdarmen), Primperan / Metocloral (stimuleert voordarmen)
Pijnstilling (bij voorkeur Flunixine)

Dwangvoeding
Er zijn verschillende soorten dwangvoeding op de markt, onder andere van de grote merken als Trovet (critical care) en Supreme Science (science recovery). Sommige dierenartsen maken hun eigen dwangvoeding. Dwangvoeding is online te koop en bij dierenartsen en sommige dierenwinkels. Andere geschikte dwangvoeren zijn Cavy Rescue (eerste keus) en Darm ++ (bij langdurige diarree) van maru-vet.com. Bij gebrek aan dwangvoeding en in geval van spoed kan men hardvoer oplossen in water, voornamelijk Science Selective is hiervoor geschikt.

Tegen uitdroging
Electro-lite – rehydratatie van maru-vet.com werkt tegen uitdroging. Het bevat onder andere natrium, kalium en glucose, en bestrijdt zo waterverlies, zoutverlies en bloedverzuring bij ernstige diarree. Kruiden en planten die ondersteunend werken tegen obstipatie en gas zijn onder andere: paardenbloem, fenegriek, korenbloem, madelief, venkel, kamille en pepermunt.

OORZAKEN EN BEHANDELING VAN DIARREE

Diarree kan verschillende oorzaken hebben en verschillen in ernst. Bij diarree hebben de keutels geen mooie ronde stevige vorm, maar zijn de keutels zachter. Een lichtere vorm van diarree is plakpoep: de keutels hebben hun vorm verloren, de ontlasting is zacht, maar niet dun of waterig. Bij zwaardere diarree is de ontlasting dun en vloeibaar, soms zelfs waterig. In zeer ernstige gevallen kan er bloed bij de ontlasting zitten. Wanneer een cavia waterige diarree heeft, de cavia lusteloos is en gewichtsverlies heeft en er sprake is van een sterk onaangename geur van de diarree, dan is er sprake van een ernstige situatie. Bij diarree heeft de cavia vaak een vervuilde kont en voetjes. Indien hier matig sprake van is, is dat niet erg. Wanneer het dier erg vervuild is moet de kont gewassen worden. Het voornaamste gevolg van diarree is uitdroging, wat lusteloosheid en gewichtsverlies ten gevolg heeft.

Er zijn twee hoofdtypes diarree:
Ten eerste is er ‘osmotische diarree‘. Bij osmotische diarree bevat de darminhoud veel osmotisch actieve stoffen (stoffen die water aantrekken).
Een cavia kan osmotische diarree krijgen door de inname van verkeerd voedsel of door een onderliggende aandoening.

1. Een cavia kan osmotische diarree krijgen door het innemen van in water oplosbare stoffen die niet uit de darm in het lichaam kunnen worden opgenomen, zoals onverteerbare suikers. Naast een koolhydraatrijk dieet kan ook een vetrijk dieet diarree veroorzaken. Bij een vetrijk dieet worden veel galzuren en -zouten uitgescheiden om de vetten te emulgeren in het water in de darm, waardoor de hoeveelheid opgeloste stoffen en water in de darm wordt verhoogd en diarree ontstaat.

2. Een cavia kan ook osmotische diarree krijgen ten gevolg van een andere onderliggende aandoening. Bijvoorbeeld omdat de darmen niet goed werken waardoor er sprake is van een slechte opname van voedingsstoffen en zouten. Malabsorptie van zouten kan het gevolg zijn een infectie (sommige bacteriën remmen de opname van zouten), maar ook van een andere aandoening (zie verderop).

Ten tweede is er diarree ten gevolg van verhoogde darmbeweeglijkheid. Deze diarree ontstaat als reactie op de aanwezigheid van irriterende stoffen in het darmstelsel. Het lichaam neemt schadelijke prikkels waar ten hoogte van de dunne of dikke darm. Bepaalde cellen in de darm reageren op deze prikkels door serotonine uit te scheiden. Serotonine is een neurotransmitter die de zenuwen prikkelt. Hierdoor gaan de darmen meer bewegen om te zorgen voor een extra snelle lediging van de voedselbrij, zodat de cavia zo snel mogelijk verlost is van de irriterende stoffen. Deze vorm van diarree is dus een reactie op de inname van slechte stoffen, bijvoorbeeld door het eten van bedorven groente, schimmel, of giftige planten. Ook kan deze vorm van diarree een reactie zijn op het vrijkomen van giftige stoffen in de darm, bijvoorbeeld doordat bij een bacteriële infectie giftige stoffen vrijkomen.

Tot slot kan diarree ook ontstaan ten gevolg van antibiotica. Verschillende antibiotica doden naast de slechte bacteriën in het lichaam, ook de goede bacteriën in het verteringsstelsel. Deze goede bacteriën zijn onderdeel van een gezonde darmflora en ondersteunen de cavia bij het verwerken van voedsel. Het is het overwegen waard om tijdens een antibiotica kuur ook preventief probiotica te geven aan de cavia; of zeker om daarmee te starten wanneer diarree zich voordoet.

Behandeling van lichte acute diarree
Een lichte vorm van diarree hoeft niet veel zorgen te baren. Uiteraard vraagt het wel om aandacht. Lichte diarree ontstaat vaak na verandering van het dieet. Een cavia die weinig tot geen groenvoer gewend is, kan diarree krijgen na de introductie van een te grote hoeveelheid groenvoer. De darmflora van zo’n cavia is nog niet ingesteld op de verwerking van zoveel plantaardige vezels. Door het geleidelijk introduceren van groenten zal de diarree afnemen. Daarnaast dient de cavia, niet anders dan anders, over voldoende vers hooi te beschikken. Het is wenselijk om de cavia diarree remmende planten of kruiden te geven, eventueel gedroogd.
Zetmeelrijke voedingsmiddelen, zoals droogvoer, dienen beperkter gegeven te worden. Veel zetmeel verlaagt namelijk de darmbeweeglijkheid. Als de diarree afneemt en er geen sprake is van lusteloosheid en gewichtsverlies, hoeft men in principe niet verder in te grijpen. Dit geldt eveneens voor diarree ten gevolg van een lichte voedselvergiftiging, waarbij de diarree binnen een paar uur verdwijnt en niet waterig, of bloederig is.

Zolang diarree niet chronisch, waterdun of bloederig is, de diarree afneemt en het dier niet afvalt of lusteloos is, hoeft men op zich geen ernstige zorgen te maken. Vaak wordt het advies gegeven om een cavia met diarree op enkel hooi, water en hardvoer te zetten. Dat is een verkeerde aanpak. Een cavia reageert slecht op verandering van voer. In het ergste geval stopt het dier met eten, droogt het uit, krijgt het energietekort of een gaskoliek. Het natuurlijke eetgedrag en eetlust van de cavia moet gestimuleerd blijven tijdens diarree. De cavia dient beschikking te houden over de hoeveelheid groenten die het dier gewend is. Daarnaast mag de eetlust gestimuleerd worden door favoriete lekkernijen aan te bieden.
Planten en kruiden met een diarreeremmende werking zijn onder andere: herderstasje, smalle weegbree, duizendblad, frambozenblad en aardbeienblad. Deze planten mogen zowel vers als gedroogd gegeven worden. Kruiden die bij diarree beter vermeden kunnen worden: paardenbloemblad, pepermunt, madelief en korenbloem.

Behandeling van ernstige (acute) diarree ten gevolg van vergiftiging
Indien de diarree waterig, stinkend of bloederig is, dan is er reden tot grote zorgen. Dergelijke ernstige diarree wordt veroorzaakt door een voedselvergiftiging. Bij ernstige diarree ten gevolg van voedselvergiftiging kunnen de klachten binnen een paar uur verdwijnen, dan heeft het lichaam de infectie zelf goed bestreden. Bij een meer ernstige vergiftiging zal de cavia zich zichtbaar slecht voelen en tekenen van buikpijn vertonen.

In zeer ernstige gevallen kunnen de volgende condities voordoen: shock (door onvoldoende doorbloeding ontstaat een zuurstof tekort), onderkoeling, uitdroging, elektrolytenverlies, energietekort, bloedverzuring. In het geval van shock dient men direct een kundige dierenarts te bezoeken. Bij hypothermie c.q. onderkoeling kan men de cavia een warmtekussen of -pad geven (zoals snuggle safe). Symptomen van uitdroging zijn ingezonken ogen, droge mond en verminderde huidelasticiteit. Bij uitdroging is er meestal niet alleen sprake van waterverlies maar ook van zoutenverlies c.q. elektrolytenverlies. Indien de cavia beschikt over slikreflex kan men oraal vocht toedienen. Bij voorkeur een fysiologische zoutoplossing met eventueel glucose (voor energie). Als de cavia niet wil slikken dient vocht subcutaan (onder de huid, per injectie) toegediend te worden door een bekwame dierenarts. Het (oraal of subcutaan) toedienen van fysiologische zoutoplossing en glucose behandelt tevens elektrolytenverlies en energietekort. Bloedverzuring kan onder andere ontstaan ten gevolg van energietekort; het is levensbedreigend. De diagnose bloedverzuring kan gesteld worden middels een urinetest. De pH van de urine van een cavia ligt bij voorkeur rond de 9, bij bloedverzuring daalt de pH naar 5-7. Het is altijd wenselijk om een cavia met ernstige diarree 200-300 mg citroenzuur, natrium citraat of enkele milliliters citroensap te geven. Het is namelijk onschadelijk maar voorkomt bloedverzuring: het zuur werkt alkaliserend in het lichaam (het verhoogt de ph), maar verzuurt de maaginhoud waardoor infecties in de maag onderdrukt worden.

Men kan ervoor kiezen bacteriologisch onderzoek te laten doen om de aard van de infectie te achterhalen – zeker wanneer men meerdere cavia’s houdt en er sprake is van besmetting. De resultaten zijn echter vaak teleurstellend. Ten eerste moet staalafname goed uitgevoerd worden, wat zeer lastig is. Ten tweede komen ziektekiemen ook in gezonde dieren voor, als men een ziektekiem vindt kan er dus geen directe conclusie getrokken worden. Ook is er niet altijd sprake van een specifieke besmettingsfactor. Daarbij is de behandeling meestal hetzelfde, ongeacht de oorzaak. Tot slot: als een dier erg ziek is moet er direct actie ondernomen worden en kan men niet een aantal dagen wachten op de uitslag van laboratoriumonderzoek.

Indien in het geval van acute zware diarree de diarree aanhoudt terwijl de cavia goed eet en helder blijft, kan een 5-daagse antibiotica kuur het probleem verhelpen. De antibiotica betreft metronidazol (flagyl) (20-30 mg/kg lichaamsgewicht, 2 maal per dag). Dit middel bestrijdt zowel bepaalde bacteriën als bepaalde protozoa (eencellige dierlijke organismen). Andere antibiotica kan wenselijk zijn wanneer de ziektekiem geïdentificeerd is. Soms worden bijvoorbeeld Baytril of doxycycline voorgeschreven. Naast antibiotica is het vaak wenselijk om ontgiftende stoffen toe te dienen, die de gifstoffen die geproduceerd zijn door de verantwoordelijk bacterie uitschakelen. Ondersteunende ontgiftende middelen zijn actieve koolstof (Norit) en cranberrysap. Meer effectief ontgiftend is Flunixine. Flunixine is tevens een pijnbestrijder. Bij ernstige diarree kan het dier flinke pijn ervaren. Gebruikelijke niet steroïde ontstekingsremmers (NSAID’s) als carpofen zijn niet effectief. Een competente dierenarts kan subcutaan Flunixine toedienen ter pijnbestrijding en ontgifting.

Bij acute ernstige diarree is het aan te raden om de zieke cavia te isoleren. Bij zware diarree ten gevolg van een infectie is er een hoog risico op besmetting van huisgenoten. Bij lichte diarree of chronische diarree is het niet nodig om de cavia apart te zetten, dit is vaak zelfs onwenselijk gezien het dier zich nog slechter kan gaan voelen ten gevolg van eenzaamheid. Bij zware diarree dient de bodembedekking tweemaal per dag verschoont te worden en dient de cavia gewassen te worden. In de zomer moet men waakzaam zijn voor vliegen.

Een cavia met ernstige diarree en pijn zal weinig tot niet eten. Dwangvoeding is dan van levensbelang. Een cavia die niet eet dient zeer regelmatig dwangvoeding te krijgen, elke 2-3 uur. De cavia heeft het meeste baat bij een vezelrijke formule (dus geen olvarit babyvoeding zoals sommige dierenartsen adviseren).

Behandeling van chronische diarree
Chronische diarree is nooit een goed teken. Er zijn tal van mogelijke onderliggende oorzaken die niet altijd te achterhalen zijn. Mogelijke oorzaken zijn vitamine C gebrek, nierproblemen / nierfalen, gebitsproblemen of ernstige fouten in het dieet. Behandeling van chronische diarree dient ten eerste gericht te zijn op het achterhalen en behandelen van de onderliggende oorzaak, indien mogelijk. Voer de cavia daarnaast geen zetmeel- en vetrijke producten; beperk commercieel droogvoer en geef vooral geen snoep uit dierenwinkels. Niet al te zoet fruit zoals appel of cranberry mag beperkt gegeven worden, de zuren remmen de groei van ziektekiemen en pectine (een stof in de celwanden van fruit) is gunstig voor de darmwerking. Ook bietenpulp kan goed gegeven worden aan cavia’s met diarree. Blijf groente geven aan de cavia zoals het dier gewend is. Zorg uiteraard ook voor voldoende hooi en schoon water (bij voorkeur in een drinkfles, i.v.m. het voorkomen van besmetting van het drinkwater met diarree). Sommige cavia’s met chronische diarree hebben er baat bij om eens of tweemaal per dag dwangvoeding ter ondersteuning te krijgen.
Ook bij chronische diarree mogen planten en kruiden met een diarreeremmende werking gegeven worden, zoals herderstasje, smalle weegbree, duizendblad, frambozenblad en aardbeienblad. Deze planten mogen zowel vers als gedroogd gegeven worden. Kruiden die bij diarree beter vermeden kunnen worden: paardenbloemblad, pepermunt, madelief en korenbloem.

Kort overzicht van bekende middelen bij / tegen diarree

Medicatie
Antibiotica (bijvoorbeeld Flagyl; pas echter op met antibiotica voor andere aandoeningen dan diarree, deze antibiotica kunnen juist de diarree verergeren)
Pijnstilling (bij voorkeur Flunixine)

Diarreeremmers
Gastro Entero Comfort (alticure.nl/webwinkel) (Is ook effectief als preventieve diarreeremmer, geschikt voor cavia’s die gevoelig zijn voor chronische diarree. Mag langdurig gebruikt worden.)
Gastro (huisdierendokter.com)

Ontgiftende stoffen (bij voedselvergiftiging)
Norit
Cranberrysap
Flunixine (zie ook pijnbestrijding)

Probiotica
Probiotica kan men beter vermijden bij bloederige diarree (probiotica kan in dat geval via de darmen in het bloed terecht komen en bloedvergiftiging veroorzaken).
Darm ++ dwangvoeding van maru-vet.com bevat probiotica.
Verschillende humane probiotica zijn bij de drogist verkrijgbaar en verschillende probiotica voor paarden zijn ook geschikt. Controleer wel altijd de samenstelling voor toediening.
Protexin is een tijdelijk alternatief wanneer meer geschikte probiotica niet voorhanden zijn. Protexin bevat namelijk maar een enkele stam bacteriën (cavia’s hebben behoefte aan diverse bacteriën in probiotica). Bovendien komt deze probiotica van nature niet voor in de darm van een cavia, het middel is meer geschikt voor vleesetende dieren als honden en katten. Bij langdurende toediening of hoge doseringen zal de bacterie de darm van de cavia kunnen koloniseren.
De keutels van een gezonde cavia zijn een zeer goede bron van probiotica. Men kan zelf een oplossing maken van verse keutels van gezonde soortgenoten. Soms eet de cavia zelfstandig de keutels van een huisgenoot, dat is natuurlijk gezond gedrag.

Dwangvoeding
Er zijn verschillende soorten dwangvoeding op de markt, onder andere van de grote merken als Trovet (critical care) en Supreme Science (science recovery). Sommige dierenartsen maken hun eigen dwangvoeding. Dwangvoeding is online te koop en bij dierenartsen en sommige dierenwinkels. Andere geschikte dwangvoeren zijn Cavy Rescue (eerste keus) en Darm ++ (bij langdurige diarree) van maru-vet.com. Bij gebrek aan dwangvoeding en in geval van spoed kan men hardvoer oplossen in water, voornamelijk Science Selective is hiervoor geschikt.

Tegen uitdroging
Electro-lite – rehydratatie van maru-vet.com werkt tegen uitdroging. Het bevat onder andere natrium, kalium en glucose, en bestrijdt zo waterverlies, zoutverlies en bloedverzuring bij ernstige diarree.
Planten en kruiden met een diarreeremmende werking zijn onder andere: herderstasje, smalle weegbree, duizendblad, frambozenblad en aardbeienblad.

 

Bronnen:

Suckow, M. A., K. A. Stevens & R. P. Wilson (red.). (2012). The Laboratory Rabbit, Guinea Pig, Hamster, and Other Rodents. London: Elsevier
Dierenkliniek Wilhelminapark: Gebitsproblemen bij de cavia / Diarree.
Wikipedia: Over de cavia.
Caviadokter: Anatomie, spijsvertering / Anatomie, diarree / Anatomie, behandeling diarree / Anatomie, obstipatie / Anatomie, gasvorming / Anatomie, behandeling obstipatie.
Caviaforum: Database ziekten
Guinealynx: Teeth / Anorexia / Diarrhea / Anal impaction