Urinewegproblemen

EXCRETIESYSTEEM: ANATOMIE EN FYSIOLOGIE

Basis feiten
Een cavia neemt gemiddeld 100 ml water op per kilogram lichaamsgewicht per dag, afhankelijk van dieet, activiteit en omgevingstemperatuur. Cavia’s die veel groenvoer krijgen drinken weinig tot geen water. Echter, een fles of een bak met (iedere dag vers) water moet altijd beschikbaar zijn. Let op een veranderend drinkgedrag van het dier. Dit kan een teken zijn van een probleem. Cavia’s die voornamelijk droogvoer krijgen drinken relatief veel. Droogvoer bevat vaak (te) veel ruwe as (mineralen); het voeren van enkel droogvoer leidt opvallend vaak tot urinewegaandoeningen op latere leeftijd.

Fysische eigenschappen urine
De urine van cavia’s is meestal kleurloos of lichtgeel. Roze of rode urinekleur kan voorkomen na inname van bepaalde plantaardige kleurstoffen (bv. betanine in rode bieten). Donker geel of oranje kleur kan veroorzaakt worden door veel b-caroteen (wortelen of rode paprika) of vitamine B2 in het dieet (B-complex supplementen worden gegeven bij o.a. anorexia, neuropathie en motoriek problemen). Dergelijke verkleuring is geen teken van ziekte.

Urine kan troebel zijn door de aanwezigheid van mucine (een mengsel van glycoproteinen, ook aanwezig in urine van konijn en paard). De normale urine bevat echter geen vaste deeltjes. Verse urine is vrijwel reukloos. Sterke onaangename geur (bv. ammoniak, ketonen) wijst op problemen.

Anatomie
Een eenvoudig schema van het excretiesysteem is rechts afgebeeld

Algemene symptomen van nier- en blaasproblemen
Opeens veranderd drinkgedrag bij constante omgevingstemperatuur en dieet
Veel drinken (polydipsie/pd) en veel urineren (polyurie/pu)
DDx (differentiële diagnose): diabetes mellitus, diabetes insipidus, hypercortisolisme, eierstokcysten; normaal in zwangerschap
Heel weinig urine (oligurie), stoppen met urineren (anurie)
Sterk ruikende urine
DDx metabole acidose
Gruis (vaste deeltjes – ”zand”) in de urine
Vers bloed in de urine, bruine/oranje verkleuring
DDx uitscheiding bepaalde kleurstoffen, vide supra
Incontinentie: vaak kleine hoeveelheden urine afscheiden, natte achterhand
DDx schade nn. pelvini (moeilijke bevalling/dystocie, iatrogeen – foutieve cystotomie, hysterectomie); trauma aan ruggenmerg/plexus sacralis S1-2; aangeboren afwijking: ectopische ureter
Huidontsteking rondom geslachtsdelen
DDx motoriekprobleem, myasis (!)
Pijn en persen bij het urineren (vaak vocalisatie)
Pijnlijke onderbuik, veelal pijn bij defecatie
DDx obstructieve ileus, intussusceptie

De aanwezigheid van een of meerdere symptomen uit deze lijst wijst op een urinewegprobleem. Verder specifiek onderzoek is nodig voor de uitsluiting van andere oorzaken.

ACUUT NIERFALEN

Het verlies van nierfunctie is dodelijk. Nieren verliezen hun functie; het lichaam wordt vergiftigd door afvalproducten van de stofwisseling.

Symptomen
Heel weinig of geen urine (oligurie/anurie)
Anorexia
Kwijlen en/of schuimbekken
Hartritmestoornissen
Trillingen en stuiptrekkingen
Onderkoeling
Coma
Dood binnen 24 uur, wordt vaak gezien als een “onverklaarbare” dood na een korte ziekteperiode

Oorzaken
Chronisch nierfalen: acuut nierfalen ten gevolge van een chronische nierziekte.
Vergiftiging: consumptie van oxaalzuur, zwangerschapsvergiftiging, sepsis (door bv miskraam of darminfectie), overige acute vergiftiging.
Te weinig bloedtoevoer naar de nieren: lage bloeddruk door uitdroging (let op: zieke dieren stoppen met drinken en drogen uit!), oververhitting, shock, trauma (bloedverlies), hartfalen, leverziekte
Obstructie: onmogelijk urineren door
i) een steen in de urinebuis of
ii) een voorhuidinfectie bij oude beren (bacteriële uitscheiding en dood weefsel rondom de penis blokkeren de uitstroom van urine).

Behandeling
Begint altijd eerst met de diagnose van de oorzaak.
Bij uitdroging – vloeistof geven – oraal of subcutaan (injectie van 20-50 ml fysiologische zout, 10 ml op een plek op de flank).
Bij obstructie – schoonmaken van geslachtsdelen van beren geeft soms een wonderlijke opleving.

Operatie
Meestal is het dier er zo slecht aan toe dat narcose geen optie is.


NOOIT cystocentese (blaaspunctie), het lost niets op en voegt nog meer complicaties toe. In meeste gevallen kan her dier niet meer geholpen worden. Overweeg euthanasie.


Preventie
Zorg dat de dieren altijd voldoende water binnen krijgen.
Als ze ziek zijn geef ze water met een spuitje.
Belangrijk: let op de symptomen van uitdroging zoals kleine, doffe en ingevallen ogen!
Voer geen oxaalzuurrijke planten zoals rabarber en geen veldgewas gespoten met landbouwgif.
Let op giftige planten als u gras voor de dieren plukt.
Behandel altijd blaasstenen en -ontsteking.
Controleer geslachtsdelen van oude beren en maak ze regelmatig schoon.

CHRONISCH NIERFALEN

Chronische nierziektes zijn helaas niet zeldzaam. In onze ervaring treffen ze vooral oudere beren (> 2 jaar oud) en suikerziekte patiënten. De nieren verliezen geleidelijk hun functie voordat acuut (dodelijk) nierfalen optreedt. Dit proces kan maanden tot jaren duren. De symptomen worden pas duidelijk als er meer dan 70% van het nierweefsel beschadigd is.

Symptomen
Veel drinken en urineren (polydipsie/polyurie)
Jeuk
Vermageren ondanks normaal eten
Frequente urineweginfecties en huidontstekingen rondom de geslachtsorganen
Soms jichtaanvallen (de cavia krijgt opeens pijn in de achterpoten en heeft moeite met bewegen)
Laatste fase: algemene lusteloosheid, anorexia, diarree

Oorzaken
Onbehandelde/verwaarloosde blaasontsteking (vaak nierbekkenontsteking)
Suikerziekte
Subacute vergiftiging: bv door oxaalzuur
Te weinig bloedtoevoer naar de nieren: hartzwakte, leverziekte
Infectie (systemisch): bacterieel of door protozoa. (bv. Encephalitozoon cuniculi is besmettelijk voor cavia’s en veroorzaakt nierfalen)
Voedingsfouten: te veel zout (liksteen).
Erfelijke factoren

Diagnose
Bloedtest: verhoogde waarden van: creatinine > 2 mg/dl, BUN (ureum) > 30 mg/dl, soms verhoogd kalium > 9 mEq/l
Urinetest: lage specifieke dichtheid (USG) < 1.010 g/ml, aanwezigheid van eiwit en haemoglobine Echo: afwijkende grootte van de nier – bij hydronefrose (waternier): vergroting van de nier
Sectie (bij overleden dieren): nieren zijn meestal verschrompeld en de nierschors (cortex) is bleek van kleur, in sommige gevallen (waternier): cystes gevuld met vloeistof en hele dunne schors


Cavia’s hebben vaak eiwit in de urine zonder verdere ziekteverschijnselen. Minder dan 50 mg/dl is niet zorgelijk.


Behandeling
Behandeling van chronische nierziekte is helaas niet mogelijk, een cavia met nierproblemen zal niet oud worden
Ondersteunende middelen: kruiden zoals berkenblad, brandnetel, paardenbloemen, peterselie en selderij en veel water ter beschikking

DIABETES INSIPIDUS

Diabetes insipidus (DI) is zeldzaam bij cavia en konijn. DI heeft niets met suikerziekte (diabetes mellitus) te maken. Diabetes insipidus is productie van veel verdunde urine, vanwege slechte concentratie van urine door de nieren. Water resorptie (concentratie van urine) wordt o.a. geregeld door het hypofyse-hormoon vasopressine (ADH).
Neurogene DI: tekort aan ADH
Nefrogene DI: ongevoeligheid voor ADH

Symptomen
Veel drinken en urineren
Verder geen ziekteverschijnselen

Diagnose
Urinetest – lage specifieke dichtheid, geen suiker, verder geen abnormaliteiten

Behandeling
Het dier niet laten uitdrogen, altijd veel water ter beschikking
Eventueel isotone oplossingen
Het dier kan met dit probleem leven

BLAASONTSTEKING

Blaasontsteking (cystitis) is een pijnlijke aandoening veroorzaakt door opportunistische pathogenen (bacteriën die toch aanwezig zijn in de omgeving en op de huid). Vaak zijn het E. coli en (overige) bacteriën uit de faeces. Blaasontsteking komt veel vaker voor bij zeugen dan bij beren, omdat de urinebuis (urethra) van de zeug veel korter is waardoor bacteriën de blaas gemakkelijk kunnen bereiken. In de urine tref je meestal ook rode en witte bloedcellen aan (RBC en WBC).

 

 

 

Symptomen
Vaak en telkens kleine hoeveelheden urine afscheiden
Pijn bij het urineren (piepen, hoog op de pootjes staan met gebolde rug)
Pijnlijke onderbuik
Natte achterkant
Sterk (“chemisch”) ruikende urine
Soms (niet altijd) haematurie (bloed in de urine)
Huidontsteking (zgn. urine brand) – kale plekken en kleine zweertjes rondom de geslachtsdelen

Oorzaken
1. Gevoeligheid/aanleg:
Slechte hygiënische omstandigheden
Slechte weerstand
Algemene zwakte
Slechte nierfunctie
Soms gaat blaasontsteking samen met andere infecties (bv. Pseudomonas aeruginosa veroorzaakt tegelijkertijd luchtwegenproblemen en blaasontsteking)
2. Suikerziekte:
Glycosurie – suiker in de urine is een kweekbodem voor bacteriën, blaasontsteking is een typisch bijverschijnsel van diabetes
3. Blaasstenen:
Als deze de wand van de blaas en/of urinebuis beschadigen kan de wond geïnfecteerd raken

Diagnose
Urinetest – aanwezigheid van witte bloedcellen, (hele) rode bloedcellen, nitrieten, eiwit

Behandeling
Antibiotica zoals trimethoprim/sulfadiazine (Sulfatrim) of trimethoprim/sulfamethoxazol (Bactrimel) of chloramphenicol zijn meestal effectief. Enrofloxacine (Baytril) werkt nauwelijks. Pijnstiller (Metacam) is aan te raden. Als de cavia goed eet en niet afvalt, is een antibioticakuur niet eens nodig.

Ondersteunende therapie voor de reiniging van de urinewegen
Urineafdrijvende kruiden (verse of gedroogde berkenbladeren, paardenbloemen, maïsplantjes, kleefkruid)
Pompoenpitten olie (te koop in Duitse drogisterijen)
Cranberrysap (urineafdrijvend en antibacterieel, voorkomt de hechting van bacteriën aan de blaaswand)
Cranberry en rozenbottelpoeder
Veel vitamine C (min. 50 mg/dag)
Berkenbladeren zijn zeer effectieve diuretica die de nieren relatief weinig belasten.
Geen gesuikerd sap – zeker niet bij diabetische dieren!

Overige middelen
Veterinaire kruidenpreparaten (Eurologist en Lysium)
Ontstekingsremmers (N-acetyl-D-glucosamine, Cystease, te koop bij de dierenarts)
Bij urine brand moet men de huid goed wassen en insmeren met verzachtende zalfjes (calendula, kamille e.d.)

Blaasontsteking is op zich niet dodelijk, maar pijnlijk en hardnekkig. Een chronische ontsteking leidt vaak tot complicaties zoals nierbekkenontsteking en slechte nierfunctie.

BLAASSTENEN

Blaasstenen zijn vaste deeltjes gevormd in de blaas of (zelden) in de urineleider (ureter). In tegenstelling tot andere dieren hebben cavia’s nauwelijks last van nierstenen. Blaasstenen bestaan meestal uit calcium zouten: carbonaat, fosfaat, oxalaat, of magnesium zouten: struviet (magnesium ammonium fosfaat) en soms ureaat. Cavia urine is sterk alkalisch (normale pH = 9) wat het neerslaan van bepaalde zouten (voornamelijk carbonaat en fosfaat) bevordert. Meestal zijn de deeltjes klein (gruis of “zand”) maar ze kunnen ook uitgroeien tot “rotsblokken” van 1 cm.

 

Afbeelding: Een röntgen foto van een grote steen

Symptomen
Veel persen bij het urineren en veel pijn. Kleine stenen en gruis worden op deze manier “uitgeperst”. De stenen beschadigen de wand van de blaas en van de urinebuis; meestal is er (vers) bloed in de urine. De wonden raken vaak geïnfecteerd met bacteriën zodat het dier een secundaire blaasontsteking krijgt. Soms kan men het gruis in de urine zien/voelen; vaak ontstaat er een witte aanslag rondom de geslachtsdelen

 

Oorzaken
Slechte mineraalsamenstelling van het dieet: te veel calcium (bv. veel boerenkool en bieten) of te veel magnesium en fosfor (bv. alleen granen, hooi en heel veel maïs)
(Veel) oxaalzuur houdende planten in hun dieet: bv. veldzuring, peterselie, bieten, spinazie
Uitdroging (subacuut): onvoldoende drinkwater beschikbaar
Nierproblemen/chronisch nierfalen: onvoldoende resorptie van mineralen en bicarbonaat; onvoldoende uitscheiding van zuren, vaak genetisch bepaald
Hormonaal: hyperparathyroidisme

Diagnose
Röntgen foto (alleen grote stenen, gruis niet zichtbaar)
Gruis: soms zichtbaar in de urine
Urinetest: rode bloedcellen

Behandeling
Grote stenen (zichtbaar op röntgen foto’s) worden soms operatief verwijderd. Dit kan alleen als ze zich in de blaas bevinden (niet in de urineleider of -buis). De operatie is risicovol en wordt als het laatste redmiddel toegepast. Middelgrote stenen, of bij blokkering van de urinebuis, kan de blaas gespoeld worden. Er bestaan spoelmiddelen op basis van citraat (bv Renacidin), die het gruis oplossen. Chloramphenicol (oog-)druppels kunnen worden toegevoegd om secundaire infecties te bestrijden. Een dunne flexibele urinekatheter (bv. 1.2 mm Slippery Sam) is geschikt. De ingreep vergt handigheid en is af te raden bij een slechte algemene conditie van het dier. Bij verzwakte dieren moet men de stenen uitsluitend medicamenteus behandelen

Medicijnen
Antibiotica zoals trimethoprim/sulfadiazine (Sulfatrim) of trimethoprim/sulfamethoxazol (Bactrimel), of chloramphenicol, tegen secundaire blaasontsteking. Pijnstiller (Metacam). Spasmolyticum zoals floroglucinol (Spasmoglucinol) oraal of subcutaan. Kalium citraat of citroenzuur remmen de vorming van blaasstenen, geef het dier ca. 50-100 mg van deze producten per dag. Niet meer dan 100 mg (ca. 1 mEq) kalium citraat per kilo lichaamsgewicht per dag!

Dieet
Een juist/aangepast dieet is essentieel, want meeste blaasstenen ontstaan door voedingsfouten. Kleine blaasstenen en gruis lossen op met zuur eten (citroenzuur). Veel vochtrijke groenten of vocht toedienen via een spuit oraal.

Dieetwijzer
Geen calciumrijke planten (boerenkool, peterselie, luzerne, klavers). Geen oxaalzuurrijke planten (zuring, bieten, peterselie, spinazie). Goede calcium : fosfor verhouding (Ca : P = 3:2); dus droogvoer van goede kwaliteit. Altijd veel water ter beschikking (komkommer bevat veel vocht). Veel (zuur) fruit: appel, druif, pruim, meloen. Overige kruiden en fruitsupplementen: cranberry, berkenblad.

Complicaties
Op zich zijn blaasstenen niet dodelijk. Ze zijn wel erg vervelend en pijnlijk voor het dier. Grote blaasstenen kunnen de urinebuis blokkeren. Onbehandelde blaasontsteking (door stenen of door andere oorzaken) verzwakt de nieren. Een goede eigenaar moet blaasstenen en andere urinewegproblemen dus niet verwaarlozen, maar op tijd behandelen.

URINETEST

Urinetest strookjes voor thuisgebruik zijn beschikbaar. Dit bespaart de zieke cavia de stress van een dierenarts bezoek. Urine voor de test moet vers en niet vervuild zijn met etensresten, faeces etc. Zet het dier apart in een schone plastic bak. Om de urineafscheiding te versnellen:
a) druk zachtjes op de blaas
b) zet de cavia op een schoon, koud oppervlak, bv. een tegel uit de koelkast. Door de kou zal het dier sneller urineren. Laat geen cystocentese (blaas aanprikken) uitvoeren bij de cavia.

Normale waarden bij een 10-parameter urinetest:
specifieke dichtheid (USG) 1.010-30 g/ml; pH 9
witte bloedcellen – (negatief)
nitrieten – (negatief)
eiwitten – (negatief)
glucose – (negatief)
ketonen – (negatief)
urobilinogen – (negatief)
bilirubine – (negatief)
haemoglobine/rode bloedcellen – (negatief)

BLOEDTEST

Bloedafname bij cavia’s is lastig en vergt veel handigheid. Voor een typische test heeft men 1-2 ml nodig, maar er bestaan ook apparaten (bv. Spotchem EZ) die slechts 0.25 ml verbruiken. Grotere hoeveelheden bloed kunnen afgenomen worden via de halsader (v. jugularis externa) of v. cava cranialis. Dit kan alleen onder narcose.

Het is veel veiliger om v. saphena te gebruiken, zonder narcose en slechts onder plaatselijke verdoving. Op deze manier lukt het om ca. 0.5 ml af te nemen. Men gebruikt hier geen spuit en naald, maar een Pasteur pipette. Na het scheren van het been wordt de huid ingesmeerd met een hydrofobe substantie, zoals vaseline of olie (om verspilling te voorkomen). Caviabloed stolt heel snel (heparine is nodig).

Normale waarden (serum):
ureum (BUN) 9-30 mg/dl
creatinine 0.6-2.2 ml/dl
glucose 60-130 mg/dl
ALT 10-25 iu/l
AST 45-48 iu/l
AP 20-40 iu/l
bilirubine 0.3-0.9 mg/dl
cholesterol 20-40 mg/dl
totaal eiwit 4.6-6.2 g/dl
albumine 2.1-3.9 g/dl
globuline 1.7-2.6 g/dl
calcium 6-12 mg/dl
fosfor 4-8 mg/dl
natrium132-156 mEq/l
kalium 4.5-9 mEq/l
chloride 98-115 mEq/l

 

Bronvermelding: Marumoto Veterinary – AltiCure.nl